Open YouTube

2026-06-25 - Raming financiële gevolgen wijzigingen Box 3

Debat Indirectdutchnlpublicupdated

Read in about 6 minutes instead of watching 59 minutes.

Opening en opzet

  1. De technische briefing gaat over de raming van financiële gevolgen van wijzigingen in box 3, met toelichting door het ministerie van Financiën.
  2. De presentatie behandelt ramingsmethodiek, begrotingsregels, cijfers over box 3-vermogen, het simulatiemodel, budgettaire ramingen en mogelijke verbeteringen uit een recente Kamerbrief.

Ramingen en begrotingsregels

  1. Ramingen gebruiken aangiftegegevens, CBS-cijfers, Kadaster-, bank- en CPB-informatie en andere relevante bronnen.
  2. De ramingen leveren een puntschatting op: het gemiddelde van scenario’s, ondanks grote onzekerheid rond de uiteindelijke realisatie.
  3. Endogene economische groei of krimp wordt niet meegenomen; de raming kijkt naar verschillen ten opzichte van het basispad.
  4. Gedragseffecten, zoals ontwijking of uitstelgedrag, worden zo goed mogelijk verwerkt met analyses en CPB-vuistregels.
  5. Het CPB certificeert ingediende ramingen als redelijk en neutraal; daarna staat het ingeboekte bedrag vast.
  6. Volgens de begrotingsregels mag de inkomstenkant meeademen met de conjunctuur: mee- of tegenvallers na realisatie lopen via het saldo en hoeven niet direct te worden gedekt.
  7. Beleidsmatige lastenverlichtingen moeten per jaar en structureel worden gedekt binnen het inkomstenkader.

Vermogen in box 3

  1. In 2023 zat het grootste deel van het box 3-vermogen in bank- en spaartegoeden, gevolgd door onroerende zaken en effecten.
  2. Ongeveer 2,5 miljoen belastingplichtigen hebben vermogen boven het heffingsvrije vermogen en betalen daadwerkelijk box 3-belasting.
  3. Bijna alle box 3-belastingplichtigen hebben bank- en spaartegoeden; circa 1 miljoen heeft effecten en circa 800.000 heeft onroerende zaken.
  4. Het vermogen is sterk geconcentreerd: ongeveer 0,4% van de mensen heeft meer dan 1 miljoen euro vermogen en bezit circa 30% van het totale vermogen.
  5. Bij een heffingsvrij resultaat van 1.800 euro kan spaargeld bij 2% rendement tot ongeveer 90.000 euro onder de vrijstelling blijven, terwijl hoge beleggingsrendementen sneller tot belastingplicht leiden.
  6. Volatiel vermogen zoals aandelen of crypto kan per jaar sterk wisselende aangifteplicht en belastingdruk veroorzaken.

Simulatiemodel

  1. Het model vergelijkt het nieuwe stelsel met een basispad en simuleert mogelijke rendementen per persoon en per jaar.
  2. Het model bevat economische scenario’s zoals goede jaren, slechte jaren en beurscrashes, maar laat vermogens niet automatisch jaar op jaar doorgroeien.
  3. Ook individuele verschillen in beleggingsgedrag en behaalde rendementen worden gesimuleerd; uiteindelijk wordt het gemiddelde genomen.
  4. De sprekers benadrukken dat de raming vrijwel zeker niet exact zal uitkomen, omdat markten, geopolitiek en gedrag onzeker blijven.
  5. Het lock-in-effect wordt meegenomen: bij vermogenswinstbelasting kunnen belastingplichtigen verkoop uitstellen, waardoor opbrengsten lager uitvallen.
  6. Het beoogde startjaar voor werkelijk rendement is 2028; beschikbare data worden naar dat jaar geëxtrapoleerd met realisaties en CPB-prognoses.
  7. De ramingen lopen tot 2060, dat als structureel eindjaar wordt gebruikt.
  8. Het CPB heeft de raming beoordeeld als redelijk en neutraal, maar met hoge onzekerheid.

Inkomen en waardeontwikkeling

  1. In startjaar 2028 komt volgens de raming het grootste deel van het inkomen uit effecten, ongeveer 51%.
  2. Spaargeld levert ook veel inkomen op door het grote volume, ondanks het lagere rendement.
  3. Verkoop van onroerende zaken levert in 2028 nog weinig op, omdat vastgoed onder vermogenswinstbelasting valt en woningen gemiddeld lang worden aangehouden.
  4. Voor de inbrengwaarde van vastgoed in 2028 worden WOZ-waarden opgehoogd met verwachte groei; anticipatie via hogere WOZ-waarden is niet apart verondersteld.
  5. Kosten zijn in het model verder onderverdeeld naar categorieën, maar die uitsplitsing werd niet paraat gegeven tijdens de briefing.

Aanwas versus winst

  1. Vermogensaanwasbelasting belast jaarlijkse waardeontwikkeling; vermogenswinstbelasting belast waardeontwikkeling pas bij verkoop.
  2. Op lange termijn liggen de opbrengsten van aanwas- en winstbelasting dichter bij elkaar, maar direct na invoering veroorzaakt vermogenswinstbelasting substantiële derving.
  3. Bij vermogenswinstbelasting wordt in de eerste jaren slechts belasting geheven over verkochte delen van vermogen, terwijl aanwasbelasting de volledige jaarlijkse waardeontwikkeling kan belasten.
  4. De huidige variant van werkelijk rendement ligt budgettair tussen volledige aanwasbelasting en volledige vermogenswinstbelasting.
  5. De reeks voor werkelijk rendement heeft in 2028 relatief hoge opbrengsten doordat er geen achterwaartse verliesverrekening is.
  6. De gestileerde simulatie gebruikt dezelfde tarieven en parameters; er is niet gerekend met alternatieve tariefstructuren.
  7. Volgens de toelichting moet bij aanwas en winst met dezelfde rendementen en rente-op-rente-effecten worden gerekend; anders worden ongelijke grootheden vergeleken.
  8. Simulaties met meerdere tarieven bij vermogenswinstbelasting zijn mogelijk, maar vragen veel extra aannames over wetgeving en gedragseffecten.

Budgettaire effecten en verbeteropties

  1. De budgettaire reeks voor werkelijk rendement laat in het eerste jaar circa 1 miljard euro extra opbrengst zien, waarna effecten van vastgoedwinst, start-ups en verliesverrekening ingroeien.
  2. Een carryback van één jaar veroorzaakt in de eerste jaren een aanzienlijke derving, omdat verliezen naar voren kunnen worden gehaald; structureel loopt het effect richting nul.
  3. Een doorschuifregeling bij trouwen en scheiden voorkomt dat zulke momenten altijd als realisatiemoment gelden.
  4. Een ruimere definitie van start-ups en scale-ups brengt meer vermogen onder het vermogenswinstregime en leidt daardoor tijdelijk tot derving.
  5. Groen beleggen is alleen als placeholder opgenomen; het budgettaire effect hangt af van de gekozen maatvoering.
  6. Voor NSW-landgoederen zijn opties voor doorschuiven en vrijstellen doorgerekend; in de eerdere brief stond daarbij een fout doordat het structurele bedrag te vroeg voor alle jaren was ingevuld.
  7. Herinvoering van partiële buitenlandse belastingplicht in box 2 en box 3 leidt tot derving; alleen box 3 zou ongeveer de helft kosten.
  8. Tariefknoppen zoals één procentpunt lager tarief of 100 euro hoger heffingsvrij resultaat zijn als sleutels opgenomen om de orde van grootte te tonen.

Vragen uit de Kamer

  1. Bij een carryback van één jaar ontstaat cumulatief ruim 3 miljard euro derving en structureel geen effect; de eerste jaren worden niet terugverdiend.
  2. Uitstel van invoering van werkelijk rendement kost volgens de toelichting ongeveer 2,4 miljard euro per jaar zolang het huidige stelsel met tegenbewijs blijft gelden.
  3. Bij invoering van vermogenswinstbelasting zelf ontstaat daarnaast gedurende ongeveer vijf jaar een derving van enkele miljarden per jaar, aflopend in de tijd.
  4. Internationale aansluiting is een aandachtspunt, omdat vermogensaanwasbelasting internationaal ongebruikelijk is; de raming kijkt vooral naar gedragseffecten zoals verschuiving tussen box 3 en box 2.
  5. De genoemde budgettaire bedragen zijn bruto: uitvoeringskosten of besparingen bij de Belastingdienst zitten er niet in.
  6. Carryback kost volgens de spreker nog circa 2 miljoen euro aan uitvoeringskosten bij de Belastingdienst.
  7. De spreker kan de exacte rekensom voor tientallen miljarden verschil tussen aanwas en winst niet ter plekke bevestigen, maar acht die orde van grootte voorstelbaar.
  8. Als eerst werkelijk rendement wordt ingevoerd en pas daarna wordt overgestapt naar vermogenswinstbelasting, is de derving aanmerkelijk lager dan de genoemde 22 miljard euro.

Afsluiting

  1. De voorzitter sluit de technische briefing af en geeft aan dat het debat over box 3 zal worden vervolgd.

Actiepunten

  1. Het ministerie neemt het verzoek mee om de ontwikkeling en aansluiting van eerdere ramingen mogelijk in een brief aan de Kamer op een rij te zetten.