2026-06-25 - Raming financiële gevolgen wijzigingen Box 3
Debat IndirectdutchnlpublicupdatedRead in about 6 minutes instead of watching 59 minutes.
Opening en opzet
- De technische briefing gaat over de raming van financiële gevolgen van wijzigingen in box 3, met toelichting door het ministerie van Financiën.
- De presentatie behandelt ramingsmethodiek, begrotingsregels, cijfers over box 3-vermogen, het simulatiemodel, budgettaire ramingen en mogelijke verbeteringen uit een recente Kamerbrief.
Ramingen en begrotingsregels
- Ramingen gebruiken aangiftegegevens, CBS-cijfers, Kadaster-, bank- en CPB-informatie en andere relevante bronnen.
- De ramingen leveren een puntschatting op: het gemiddelde van scenario’s, ondanks grote onzekerheid rond de uiteindelijke realisatie.
- Endogene economische groei of krimp wordt niet meegenomen; de raming kijkt naar verschillen ten opzichte van het basispad.
- Gedragseffecten, zoals ontwijking of uitstelgedrag, worden zo goed mogelijk verwerkt met analyses en CPB-vuistregels.
- Het CPB certificeert ingediende ramingen als redelijk en neutraal; daarna staat het ingeboekte bedrag vast.
- Volgens de begrotingsregels mag de inkomstenkant meeademen met de conjunctuur: mee- of tegenvallers na realisatie lopen via het saldo en hoeven niet direct te worden gedekt.
- Beleidsmatige lastenverlichtingen moeten per jaar en structureel worden gedekt binnen het inkomstenkader.
Vermogen in box 3
- In 2023 zat het grootste deel van het box 3-vermogen in bank- en spaartegoeden, gevolgd door onroerende zaken en effecten.
- Ongeveer 2,5 miljoen belastingplichtigen hebben vermogen boven het heffingsvrije vermogen en betalen daadwerkelijk box 3-belasting.
- Bijna alle box 3-belastingplichtigen hebben bank- en spaartegoeden; circa 1 miljoen heeft effecten en circa 800.000 heeft onroerende zaken.
- Het vermogen is sterk geconcentreerd: ongeveer 0,4% van de mensen heeft meer dan 1 miljoen euro vermogen en bezit circa 30% van het totale vermogen.
- Bij een heffingsvrij resultaat van 1.800 euro kan spaargeld bij 2% rendement tot ongeveer 90.000 euro onder de vrijstelling blijven, terwijl hoge beleggingsrendementen sneller tot belastingplicht leiden.
- Volatiel vermogen zoals aandelen of crypto kan per jaar sterk wisselende aangifteplicht en belastingdruk veroorzaken.
Simulatiemodel
- Het model vergelijkt het nieuwe stelsel met een basispad en simuleert mogelijke rendementen per persoon en per jaar.
- Het model bevat economische scenario’s zoals goede jaren, slechte jaren en beurscrashes, maar laat vermogens niet automatisch jaar op jaar doorgroeien.
- Ook individuele verschillen in beleggingsgedrag en behaalde rendementen worden gesimuleerd; uiteindelijk wordt het gemiddelde genomen.
- De sprekers benadrukken dat de raming vrijwel zeker niet exact zal uitkomen, omdat markten, geopolitiek en gedrag onzeker blijven.
- Het lock-in-effect wordt meegenomen: bij vermogenswinstbelasting kunnen belastingplichtigen verkoop uitstellen, waardoor opbrengsten lager uitvallen.
- Het beoogde startjaar voor werkelijk rendement is 2028; beschikbare data worden naar dat jaar geëxtrapoleerd met realisaties en CPB-prognoses.
- De ramingen lopen tot 2060, dat als structureel eindjaar wordt gebruikt.
- Het CPB heeft de raming beoordeeld als redelijk en neutraal, maar met hoge onzekerheid.
Inkomen en waardeontwikkeling
- In startjaar 2028 komt volgens de raming het grootste deel van het inkomen uit effecten, ongeveer 51%.
- Spaargeld levert ook veel inkomen op door het grote volume, ondanks het lagere rendement.
- Verkoop van onroerende zaken levert in 2028 nog weinig op, omdat vastgoed onder vermogenswinstbelasting valt en woningen gemiddeld lang worden aangehouden.
- Voor de inbrengwaarde van vastgoed in 2028 worden WOZ-waarden opgehoogd met verwachte groei; anticipatie via hogere WOZ-waarden is niet apart verondersteld.
- Kosten zijn in het model verder onderverdeeld naar categorieën, maar die uitsplitsing werd niet paraat gegeven tijdens de briefing.
Aanwas versus winst
- Vermogensaanwasbelasting belast jaarlijkse waardeontwikkeling; vermogenswinstbelasting belast waardeontwikkeling pas bij verkoop.
- Op lange termijn liggen de opbrengsten van aanwas- en winstbelasting dichter bij elkaar, maar direct na invoering veroorzaakt vermogenswinstbelasting substantiële derving.
- Bij vermogenswinstbelasting wordt in de eerste jaren slechts belasting geheven over verkochte delen van vermogen, terwijl aanwasbelasting de volledige jaarlijkse waardeontwikkeling kan belasten.
- De huidige variant van werkelijk rendement ligt budgettair tussen volledige aanwasbelasting en volledige vermogenswinstbelasting.
- De reeks voor werkelijk rendement heeft in 2028 relatief hoge opbrengsten doordat er geen achterwaartse verliesverrekening is.
- De gestileerde simulatie gebruikt dezelfde tarieven en parameters; er is niet gerekend met alternatieve tariefstructuren.
- Volgens de toelichting moet bij aanwas en winst met dezelfde rendementen en rente-op-rente-effecten worden gerekend; anders worden ongelijke grootheden vergeleken.
- Simulaties met meerdere tarieven bij vermogenswinstbelasting zijn mogelijk, maar vragen veel extra aannames over wetgeving en gedragseffecten.
Budgettaire effecten en verbeteropties
- De budgettaire reeks voor werkelijk rendement laat in het eerste jaar circa 1 miljard euro extra opbrengst zien, waarna effecten van vastgoedwinst, start-ups en verliesverrekening ingroeien.
- Een carryback van één jaar veroorzaakt in de eerste jaren een aanzienlijke derving, omdat verliezen naar voren kunnen worden gehaald; structureel loopt het effect richting nul.
- Een doorschuifregeling bij trouwen en scheiden voorkomt dat zulke momenten altijd als realisatiemoment gelden.
- Een ruimere definitie van start-ups en scale-ups brengt meer vermogen onder het vermogenswinstregime en leidt daardoor tijdelijk tot derving.
- Groen beleggen is alleen als placeholder opgenomen; het budgettaire effect hangt af van de gekozen maatvoering.
- Voor NSW-landgoederen zijn opties voor doorschuiven en vrijstellen doorgerekend; in de eerdere brief stond daarbij een fout doordat het structurele bedrag te vroeg voor alle jaren was ingevuld.
- Herinvoering van partiële buitenlandse belastingplicht in box 2 en box 3 leidt tot derving; alleen box 3 zou ongeveer de helft kosten.
- Tariefknoppen zoals één procentpunt lager tarief of 100 euro hoger heffingsvrij resultaat zijn als sleutels opgenomen om de orde van grootte te tonen.
Vragen uit de Kamer
- Bij een carryback van één jaar ontstaat cumulatief ruim 3 miljard euro derving en structureel geen effect; de eerste jaren worden niet terugverdiend.
- Uitstel van invoering van werkelijk rendement kost volgens de toelichting ongeveer 2,4 miljard euro per jaar zolang het huidige stelsel met tegenbewijs blijft gelden.
- Bij invoering van vermogenswinstbelasting zelf ontstaat daarnaast gedurende ongeveer vijf jaar een derving van enkele miljarden per jaar, aflopend in de tijd.
- Internationale aansluiting is een aandachtspunt, omdat vermogensaanwasbelasting internationaal ongebruikelijk is; de raming kijkt vooral naar gedragseffecten zoals verschuiving tussen box 3 en box 2.
- De genoemde budgettaire bedragen zijn bruto: uitvoeringskosten of besparingen bij de Belastingdienst zitten er niet in.
- Carryback kost volgens de spreker nog circa 2 miljoen euro aan uitvoeringskosten bij de Belastingdienst.
- De spreker kan de exacte rekensom voor tientallen miljarden verschil tussen aanwas en winst niet ter plekke bevestigen, maar acht die orde van grootte voorstelbaar.
- Als eerst werkelijk rendement wordt ingevoerd en pas daarna wordt overgestapt naar vermogenswinstbelasting, is de derving aanmerkelijk lager dan de genoemde 22 miljard euro.
Afsluiting
- De voorzitter sluit de technische briefing af en geeft aan dat het debat over box 3 zal worden vervolgd.
Actiepunten
- Het ministerie neemt het verzoek mee om de ontwikkeling en aansluiting van eerdere ramingen mogelijk in een brief aan de Kamer op een rij te zetten.