Open YouTube

Get Certified SQL+AI (DP-800): Design and Develop SQL Solutions Like a Pro

Microsoft Reactordutchenpublicupdated

Read in about 6 minutes instead of watching 63 minutes.

Introductie en examencontext

  1. De sessie wordt geopend met praktische afspraken, chatmoderatie en de melding dat de opname later on demand beschikbaar is.
  2. Jeff Taylor en Oliver Wastynland introduceren zichzelf als Microsoft Data Platform MVP’s en sprekers binnen de SQL- en datacommunity.
  3. De DP-800-sessie behandelt het ontwerpen en ontwikkelen van SQL-oplossingen, met onderwerpen zoals databaseobjecten, programmability, geavanceerde T-SQL en AI-ondersteunde ontwikkeling.
  4. De sprekers melden dat het DP-800-examen algemeen beschikbaar is geworden en gericht is op ervaren SQL-professionals die databases en AI combineren.
  5. DP-800 draait om SQL-expertise, moderne deploymentpraktijken, samenwerking met andere rollen en AI-enabled databaseontwerp.

Databaseobjecten ontwerpen

  1. Bij platformkeuze moet je workloadbehoeften afwegen tussen SQL Server on-premises, Docker, Azure SQL Database, Managed Instance en Fabric SQL Database.
  2. Goed tabelontwerp begint met passende datatypes, juiste kolomgroottes, normalisatie tot derde normaalvorm en selectieve denormalisatie voor zware workloads.
  3. Elke tabel hoort een primaire sleutel te hebben, omdat SQL Server die gebruikt voor identificatie en vaak voor efficiënte toegang via clustered indexes.
  4. Kies datatypes bewust: gebruik bijvoorbeeld int waar bigint niet nodig is, datetime2 met passende precisie en decimal in plaats van float voor financiële precisie.
  5. SQL Server ondersteunt verschillende tabeltypes, zoals in-memory, temporal, external, ledger en graph tables, elk met eigen sterke toepassingen.
  6. Temporal tables zijn nuttig voor versiehistorie en herstel na foutieve updates of deletes zonder juiste filtervoorwaarden.
  7. External tables maken query’s mogelijk op externe opslag zoals Azure Blob, Data Lake, S3 of Oracle zonder data eerst te verplaatsen.
  8. Ledger tables bieden cryptografisch controleerbare gegevens voor audit-, logging- of financiële scenario’s.
  9. Graph tables gebruiken nodes en edges om relaties te modelleren, bijvoorbeeld voor sociale netwerken of fraudedetectie.

Indexen, constraints en JSON

  1. Indexen zijn een van de belangrijkste manieren om tabellen te optimaliseren; clustered indexes bepalen de fysieke sorteervolgorde en non-clustered indexes versnellen lookups.
  2. Columnstore indexes passen vooral bij analytische workloads, terwijl filtered, full-text, JSON- en vector-indexen specifieke querypatronen ondersteunen.
  3. Indexeer vooral kolommen die vaak in WHERE-, JOIN- en ORDER BY-clausules voorkomen, en gebruik INCLUDE voor kolommen die wel nodig zijn maar niet ideaal als indexsleutel.
  4. Constraints bewaken dataintegriteit via primary keys, foreign keys, unique constraints, check constraints en default constraints.
  5. Check constraints kunnen regels afdwingen zoals een salaris groter dan nul, terwijl default constraints automatisch waarden zoals een insertiedatum kunnen invullen.
  6. SQL Server 2025 voegt JSON-ondersteuning toe met een JSON-datatype, functies voor parsing en transformatie, en JSON-indexen zonder computed columns.

Sequences, partitionering en views

  1. Sequences geven meer controle over nummergeneratie dan identity columns, bijvoorbeeld bij imports tussen ontwikkel-, test- en productieomgevingen.
  2. Partitionering gebruikt een partition function en partition scheme om grote tabellen, bijvoorbeeld met miljarden rijen, beter te beheren en te versnellen.
  3. Indexen moeten met de partitionering worden uitgelijnd om problemen bij verplaatsen, switchen of onderhouden van partities te voorkomen.
  4. Partition switching kan grote datablokken snel archiveren of verplaatsen, en indexonderhoud kan per partitie de onderhoudsperiode verkleinen.
  5. Views zijn virtuele tabellen die toegang vereenvoudigen, beveiliging kunnen ondersteunen en schemawijzigingen kunnen abstraheren.
  6. Standard views, indexed views en partitioned views hebben verschillende toepassingen; indexed views slaan resultaten fysiek op en zijn nuttig bij zware aggregaties.
  7. Gebruik schema binding om ongewenste wijzigingen aan basistabellen te voorkomen en vermijd SELECT * in views.
  8. SELECT * kan onnodig veel data ophalen en prestaties verslechteren; selecteer in productie alleen de kolommen die je echt nodig hebt.

Stored procedures, functies en triggers

  1. Stored procedures kapselen server-side logica in en ondersteunen inputparameters, outputparameters, return values, temp tables en dynamische SQL.
  2. Dynamische SQL kan krachtig zijn, maar maakt debugging lastiger en kan beveiligingsrisico’s geven als het verkeerd wordt gebruikt.
  3. Voor paging of subsets kan OFFSET efficiënter zijn dan TOP, vooral in nieuwere SQL Server-versies.
  4. TRY-CATCH, transacties, EXECUTE AS en SET NOCOUNT ON zijn belangrijke technieken voor robuustere stored procedures.
  5. Parameter sniffing kan stored procedure-prestaties beïnvloeden doordat een gecachet queryplan niet goed past bij latere parameterwaarden.
  6. Scalar functions retourneren één waarde, terwijl table-valued functions een tabelresultaat teruggeven.
  7. Triggers bestaan als DML-, DDL- en logon-triggers, maar triggerlogica moet minimaal blijven en nested triggers moeten worden vermeden.
  8. Temporal tables zijn vaak een beter alternatief dan triggers voor auditing.

Geavanceerde T-SQL

  1. CTE’s kunnen helpen bij filtering, aggregatie, deduplicatie en statements zoals SELECT, INSERT, UPDATE en DELETE, maar recursion en gestapelde CTE’s vereisen zorgvuldige tests.
  2. Window functions zoals LEAD, LAG, RANK en ROW_NUMBER maken analyses binnen partities mogelijk en kunnen complexe joins of subqueries vervangen.
  3. JSON- en XML-functies maken het mogelijk om data direct als gestructureerde objecten uit SQL Server te produceren, lezen, wijzigen en valideren.
  4. SQL Server 2025 introduceert native regular expressions voor zoeken, filteren en teksttransformaties in T-SQL.
  5. Fuzzy string matching helpt bij datakwaliteit en opschoning door vergelijkbare waarden te detecteren via afstands- en similariteitsfuncties.
  6. Graph queries gebruiken node- en edge-tabellen om relaties te vinden en kunnen nuttig zijn bij sociale netwerken, fraudeanalyse en relationele verkenning.
  7. TRY-CATCH-blokken helpen SQL- en waardefouten af te vangen, onder meer in stored procedures.

AI-ondersteunde databaseontwikkeling

  1. GitHub Copilot kan in SQL Server Management Studio 2022 en VS Code helpen met code completion, query-uitleg, debugging en optimalisatievoorstellen.
  2. AI-resultaten moeten altijd gecontroleerd worden, omdat AI kan hallucineren of onjuiste suggesties kan geven.
  3. Fabric Copilot for SQL biedt een chatpaneel voor natuurlijke taalvragen, T-SQL-generatie, documentatie, queryfixes en query-uitleg.
  4. MCP is een open protocol waarmee AI-clients via tools zoals list tables, read data en execute query veilig met databases kunnen interacteren.
  5. De kracht ontstaat door Copilot, MCP, Fabric, role-based access control en instructiebestanden samen in een ontwikkelworkflow te gebruiken.
  6. AI-gegenereerde SQL moet worden gereviewd vóór productie, en AI-agents starten bij voorkeur met read-only toegang.

Keuzegids en voorbereiding

  1. Gebruik in-memory OLTP bij hoge OLTP-throughput met latch contention, ledger tables voor audit en compliance, external tables voor externe opslag, graph tables voor complexe relaties en views voor herbruikbare read-only lagen.
  2. Gebruik regexfuncties voor complexe tekstpatronen, Copilot voor AI-ondersteund authoring en MCP met Data API Builder en RBAC voor AI-agentoperaties.
  3. De kernboodschap is dat SQL Server breed inzetbaar is en dat table types, indexen, stored procedures, functies, CTE’s, window functions en AI-tools bewust bij de workload moeten passen.
  4. SQL Server 2025 voegt belangrijke mogelijkheden toe zoals native regex, fuzzy matching en een nieuw JSON-datatype.
  5. GitHub Copilot, Fabric Copilot en MCP kunnen ontwikkeling versnellen, maar moeten binnen bestaande beveiligings- en reviewprocessen worden gebruikt.
  6. De afsluiting raadt aan om de DP-800-study guide, Microsoft Learn-modules, hands-on T-SQL-oefening en practice assessments te gebruiken.

Actiepunten

  1. Lees de gedragscode en houd de chat professioneel en on topic.
  2. Plaats vragen voor de sprekers in de chat.
  3. Bekijk de DP-800-study guide via aka.ms/dp800/prepare.
  4. Oefen hands-on met T-SQL ter voorbereiding op DP-800.
  5. Voltooi de beschikbare Microsoft Learn-modules en andere voorbereidingsbronnen.
  6. Maak indien mogelijk een practice assessment en plan daarna het examen.
  7. Registreer je voor de overige sessies in de reeks of bekijk ze on demand.
  8. Overweeg deelname aan het SQL user panel om feedback aan Microsoft te geven.
  9. Sluit je aan bij een lokale of online Azure Data User Group.
  10. Bekijk de Data Days-informatie via ak.ms/datadays.