Open YouTube

2026-06-18 - Gecertificeerde instelling

dutchnlpublicupdated

Read in about 3 minutes instead of watching 56 minutes.

Verantwoordelijkheden in het jeugdstelsel

  1. Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de inkoop van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering; gemeenteraden controleren deze uitvoering.
  2. De ministeries van VWS en Justitie en Veiligheid zijn stelselverantwoordelijk, terwijl instellingen primair verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de geleverde zorg.
  3. Gemeenten moeten een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod inkopen, maar kunnen bij jeugdbescherming vaak niet uitwijken naar een andere instelling.

Kwaliteitsborging en toezicht

  1. Professionals vallen onder beroeps- en tuchtrecht; instellingen moeten een eigen kwaliteitssysteem hebben en gecertificeerde instellingen worden jaarlijks geaudit.
  2. De inspectie toetst de wettelijke kwaliteit in de praktijk, terwijl het keurmerkinstituut beoordeelt of het kwaliteitsmanagementsysteem op orde is.
  3. Interbestuurlijk toezicht richt zich op gemeenten en kan uiteindelijk leiden tot indeplaatsstelling of vernietiging van besluiten, maar wordt terughoudend toegepast.
  4. De NZa onderzoekt het stelsel en signaleert vroegtijdig financiële continuïteitsrisico's bij instellingen.

Sturing door het Rijk

  1. Het Rijk kan sturen via bestuurlijke afspraken, wetgeving, financiële ondersteuning en in het uiterste geval interbestuurlijk toezicht.
  2. Nieuwe wetgeving omvat regionale samenwerking, intern toezicht, transparante bedrijfsvoering, betere rechtsbescherming, een meld- en vergewisplicht en een brede vergunningplicht.
  3. Meer landelijke regels vergroten de sturingsmogelijkheden, maar beperken de beleidsvrijheid van gemeenten en de professionele ruimte.
  4. Decentralisatie maakt lokaal maatwerk mogelijk, maar veroorzaakt honderden lokale varianten die landelijke sturing en uniform toezicht bemoeilijken.

Bevindingen van de inspectie

  1. De inspectie houdt risicogestuurd toezicht op naar schatting 8.000 aanbieders met ongeveer 47 inspecteurs, omdat een volledig landelijk register ontbreekt.
  2. Jaarlijks ontvangt de inspectie ongeveer 1.250 meldingen en signalen; in 2025 werden 400 bezoeken afgelegd en meerdere handhavingsmaatregelen opgelegd.
  3. Er bestaan al jaren ernstige tekortkomingen in jeugdbescherming, pleegzorg en jeugdhulpverlening.
  4. Slechts een klein deel van de gecertificeerde instellingen haalt de termijn om tijdig een jeugdbeschermer toe te wijzen; daarnaast ontbreekt vaak passende gespecialiseerde hulp.
  5. Jongeren en ouders worden onvoldoende gesproken en betrokken, waardoor jongeren vaak letterlijk en figuurlijk niet worden gezien.
  6. Volgens de inspectie voldoet geen enkele gecertificeerde instelling volledig aan alle gestelde kwaliteitsnormen.

Structurele knelpunten

  1. Toezichtmaatregelen lossen personeelstekorten of ontbrekend zorgaanbod niet op en kunnen het probleem naar andere instellingen verplaatsen.
  2. De inspecties concludeerden in 2022 dat hun toezichtsinstrumentarium was uitgeput, omdat stelselproblemen goede zorg blijven verhinderen.
  3. Belangrijke oorzaken zijn versnipperde gemeentelijke inkoop, onvoldoende landelijk ingekocht aanbod voor complexe problematiek en gebrek aan landelijke regie.
  4. De afbouw van gesloten jeugdzorg verloopt zonder dat voldoende alternatieve zorgvormen beschikbaar komen.
  5. Verbeterplannen en beleidsinitiatieven leiden volgens de inspectie te vaak niet tot daadwerkelijke veranderingen, mede door financiële discussies.
  6. Door het ontbreken van alternatieve gecertificeerde instellingen kunnen toezichthouders gebrekkige organisaties moeilijk stilleggen zonder jongeren verder te benadelen.

Voorgestelde verbeteringen

  1. De inspectie wil jongeren, ouders en hun netwerk beter bereiken via gesprekken tijdens bezoeken, sociale media, samenwerking met ervaringsdeskundigen en laagdrempelige meldmogelijkheden.
  2. Betere toelating aan de voorkant wordt effectiever geacht dan alleen bestuurders wegsturen, omdat zij anders elders opnieuw kunnen beginnen.
  3. De geplande vergunningplicht moet voor alle jeugdhulpaanbieders gelden en kan tevens een landelijk overzicht van aanbieders opleveren.
  4. Meer inspectiecapaciteit alleen wordt niet gezien als oplossing; de inrichting en werking van het gehele stelsel moeten verbeteren.
  5. Bij acute nood is in eerste instantie de jeugdbeschermer verantwoordelijk voor het regelen van een plek, ook wanneer passend aanbod ontbreekt.

Actiepunten

  1. Maak herziene landelijke afspraken over welke partijen verantwoordelijk zijn voor het ontwikkelen van alternatieven voor gesloten jeugdzorg.
  2. Voer een brede vergunningplicht in voor alle jeugdhulpaanbieders, inclusief bestaande aanbieders.
  3. Verbind aan de vergunningplicht een landelijk overzicht of register van alle jeugdhulpaanbieders.
  4. Verplicht werkgevers om disfunctionerende medewerkers bij de inspectie te melden en hun arbeidsverleden beter te controleren.