Open YouTube

2026-06-24 - Jeugdcriminaliteit

Debat Indirectdutchnlpublicupdated

Read in about 5 minutes instead of watching 58 minutes.

Opening en opzet

  1. De technische briefing gaat over voorkomen van jeugdcriminaliteit, voorkomen van recidive en de aanpak van veelplegers binnen repressieve maatregelen.
  2. De presentatie is afgestemd met andere departementen en de VNG, omdat jeugdcriminaliteit vraagt om samenwerking met onderwijs, zorg, welzijn en bestaanszekerheid.
  3. De briefing behandelt cijfers en trends, de leefwereld van jongeren, preventieve maatregelen, maatregelen in de strafrechtketen en resterende uitdagingen.

Trends en context

  1. De geregistreerde jeugdcriminaliteit is in de afgelopen vijftien jaar meer dan gehalveerd, maar er blijven zorgen over een kleine groep jongeren met multiproblematiek.
  2. Jeugdcriminaliteit lijkt zich sterker te concentreren in bepaalde wijken en er zijn zorgen over verharding, verjonging en online criminaliteit.
  3. Er is spanning tussen dalende cijfers en signalen uit praktijk en media; nieuw onderzoek moet helpen verklaren hoe beeldvorming en cijfers zich tot elkaar verhouden.
  4. Preventie is het uitgangspunt, maar jeugdcriminaliteit moet worden bekeken binnen de volledige levensloop en meerdere leefdomeinen.
  5. Er wordt onderscheid gemaakt tussen algemene preventie, doelgroepgerichte preventie, recidivegerichte aanpak en nazorg na de strafrechtketen.

Preventie met gezag

  1. Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor lokale veiligheid; Justitie en Veiligheid ondersteunt met financiering, kennis en verbinding van partners.
  2. Preventie met gezag richt zich op jongeren van 8 tot en met 27 jaar om betrokkenheid bij ondermijnende criminaliteit te voorkomen of verdere doorgroei tegen te gaan.
  3. Het programma financiert 27 gemeenten structureel en 20 gemeenten incidenteel, geselecteerd op basis van data over wijken waar de problematiek ernstig is.
  4. De aanpak is lerend ingericht: via monitoring, onderzoek en wetenschappelijke inzichten wordt gekeken wat werkt, voor wie en onder welke omstandigheden.
  5. Vroeg signaleren is belangrijk, maar interventies moeten aansluiten bij het risiconiveau om stigmatisering en averechts effect te voorkomen.
  6. JNV kan de problematiek niet alleen oplossen; investeringen in onderwijs, schuldenaanpak, armoedebestrijding en leefbare wijken zijn noodzakelijk.

Interventies en effectiviteit

  1. Losse interventies vormen geen effectieve aanpak zonder sterke pedagogische basis, samenwerking tussen zorg en veiligheid en het bereiken van de juiste doelgroep.
  2. Sport en cultuur kunnen criminaliteitsrisico's verkleinen als zij plaatsvinden binnen een positieve pedagogische context.
  3. Voorbeelden van interventies zijn Rots en Water, Alleen jij bepaalt wie je bent, Kansrijk, IPTA en de re-integratieofficier.
  4. Voor jongeren met de zwaarste problematiek is langdurige, integrale en intensieve begeleiding nodig, vaak met persoonlijke mentoring en individuele gedragsinterventies.
  5. Het landelijke kwaliteitskader uit 2024 helpt gemeenten kiezen voor onderbouwde interventies die aansluiten bij risico's, behoeften en ontwikkeling van jongeren.
  6. Er is geen dekkend interventieaanbod en geen quickfix; innovatie blijft nodig, vooral voor de zwaarste kerngroep na detentie of toezicht.

Jeugdstrafrecht

  1. Als preventie niet lukt, komen jongeren in de strafrechtketen terecht; het jeugdstrafrecht heeft een pedagogisch karakter en detentie geldt als laatste redmiddel.
  2. Waar mogelijk is er voorkeur voor buitenstrafrechtelijke afdoening, zoals een reprimande of Halt, om een strafblad en belemmeringen voor ontwikkeling te voorkomen.
  3. Strafrechtelijke afdoeningen lopen van geldboete en taakstraf tot jeugddetentie en de PIJ-maatregel; interventies moeten gericht zijn op gedragsverandering en recidivepreventie.
  4. Bij voorwaardelijke straffen kunnen toezicht door jeugdreclassering en bijzondere voorwaarden worden opgelegd, zoals gebiedsverboden, jeugdhulp of behandeling.
  5. De strafmaat bevat ruimte voor vergelding, maar het jeugdstrafrecht is vooral gericht op ontwikkeling en het onrijpe brein van minderjarigen.

Knelpunten in uitvoering

  1. De decentrale organisatie van jeugdreclassering en jeugdhulp maakt sturing complex, omdat JNV geen directe sturingsrelatie heeft met gemeentelijke keuzes.
  2. De nieuwe methodiek Jeugdreclassering in verbinding is wetenschappelijk onderbouwd, maar implementatie vraagt intensievere begeleiding en extra financiering die ontbreekt.
  3. Er is al jaren een tekort aan passende forensische jeugdhulp; dit aanbod is duur en wordt daarom niet altijd ingekocht door gemeenten.
  4. Bovenregionale en landelijke inkoop binnen de Hervormingsagenda Jeugd kan helpen om specialistische hulp beter beschikbaar te maken.
  5. Beschikbaarheid van budget, gespecialiseerde jeugdhulp en capaciteit in justitiƫle jeugdinrichtingen blijven belangrijke knelpunten.

Toetsing en onderzoek

  1. Het Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen helpt partners risico- en beschermende factoren uniform te analyseren en passende afdoening te adviseren.
  2. De effectiviteit van interventies wordt getoetst via evaluaties, WODC-onderzoek, adviezen van de RSJ, de Algemene Rekenkamer en de Erkenningscommissie Gedragsinterventies.
  3. Erkenningstrajecten voor gedragsinterventies zijn belangrijk, maar ook lang, intensief en kostbaar voor ontwikkelaars.
  4. Binnen Preventie met gezag wordt jaarlijks gemonitord welke interventies worden ingezet en worden gemeenten via lerende netwerken aangespoord om bij te sturen.

Vragen uit de Kamer

  1. Op vragen over messenbezit en verborgen risico's wordt gezegd dat het lokale beeld sterk verschilt en dat het dark number per definitie onzeker blijft.
  2. Jongeren met een licht verstandelijke beperking zijn gevoeliger voor ronseling; criminelen maken daar gebruik van, ook rond scholen voor deze doelgroep.
  3. Ongeveer de helft van de populatie in justitiƫle jeugdinrichtingen heeft een verstandelijke beperking; waar bekend wordt begeleiding vaak belegd bij gespecialiseerde instellingen.
  4. Beschermende factoren worden versterkt door risicofactoren te mitigeren, bijvoorbeeld met positieve rolmodellen, coaching en sport als middel.
  5. Bij jongeren die kijken of filmen bij incidenten hangt de aanpak af van context en risicofactoren; soms volstaat een gesprek met ouders of school.
  6. De daling van jeugdcriminaliteit is volgens de spreker geen uniek Nederlands verschijnsel, maar past in een bredere westerse ontwikkeling.

Actiepunten

  1. Er komt eind 2026 een nieuwe Monitor Jeugdcriminaliteit met meer algemene cijfers, waaronder aandacht voor online criminaliteit.
  2. Een WODC-onderzoek naar verjonging, verharding en de verhouding tussen beeldvorming en cijfers verschijnt in het najaar van 2026.
  3. De staatssecretaris stuurt kort na de zomer van 2026 een beleidsreactie op het RSJ-advies over buitenstrafrechtelijke afdoeningen naar de Kamer.
  4. Het WODC-onderzoek naar de effectiviteit van Halt verschijnt in 2028.