Open YouTube

2026-06-24 - Onder- en overuitputting op de begroting

Debat Indirectdutchnlpublicupdated

Read in about 4 minutes instead of watching 48 minutes.

Aanleiding en doel

  1. De briefing verdiept een eerdere brief naar aanleiding van het WGO begrotingsonderzoek van 15 januari over kasschuiven en onderuitputting.
  2. Doel is uitleg geven over de technische werking van de INW-begrotingsfondsen, kasschuiven, overprogrammering en onderliggende cijfers.

Kenmerken begrotingsfondsen

  1. De rijksbegroting werkt met een kas-verplichtingenstelsel: uitgaven tellen mee in het jaar waarin de betaling feitelijk plaatsvindt.
  2. Voor de INW-investeringsfondsen geldt een 100% eindejaarsmarge, waardoor niet-uitgegeven geld volledig naar het volgende jaar kan worden meegenomen.
  3. De fondsen plannen 14 jaar vooruit vanwege de lange looptijd van infrastructuurprojecten; technisch is die horizon volgens het ministerie meestal voldoende.
  4. Uitgaven tellen mee in het EMU-saldo, waardoor grote verschuivingen over jaargrenzen altijd afhankelijk zijn van ruimte in het totale uitgavenkader.

Kasschuiven

  1. Infrastructuuruitgaven zijn lastig voorspelbaar doordat betalingen vaak afhangen van mijlpalen, vergunningen, uitvoering, grondposities en beschikbare mensen en materieel.
  2. Een kasschuif is een verschuiving van middelen in de tijd door een gewijzigd betalingsritme; het totale budget verandert daardoor niet.
  3. Kasschuiven kunnen niet onbeperkt worden toegepast en vereisen bij grote bedragen afstemming met het ministerie van Financiën.
  4. Kasschuiven vallen onder het budgetrecht van de Kamer en worden via reguliere begrotingsmomenten zichtbaar gemaakt en geautoriseerd.
  5. Voorbeelden zijn een kasschuif van 2 miljard euro bij Rutte IV-coalitiemiddelen naar latere jaren en een versnelling van 220 miljoen euro naar 2025 voor hogere productie bij ProRail en Rijkswaterstaat.

Onder- en overuitputting

  1. Onder- of overuitputting is het verschil tussen de vastgestelde begroting en de uiteindelijke realisatie bij de slotwet.
  2. Tussentijdse kasschuiven worden in dit saldo boekhoudkundig gecorrigeerd, waardoor het totaalbeeld niet altijd in één oogopslag zichtbaar is in de jaarverantwoording.
  3. Voor 2023 was in de slotwet 357 miljoen euro onderuitputting zichtbaar, maar met de tussentijdse kasschuif van 850 miljoen euro ontstaat een ander totaalbeeld van circa 1,2 miljard euro.
  4. Voor 2025 was het zichtbare verschil tussen ontwerpbegroting en realisatie 420 miljoen euro overuitputting, terwijl inclusief kasschuiven 640 miljoen euro genoemd werd.
  5. De briefing stelt dat Kamer en minister in het eerdere debat deels langs elkaar heen spraken doordat zij verschillende cijferopstellingen gebruikten.

Informatievoorziening aan de Kamer

  1. Kamerleden vroegen hoe zij beter kunnen controleren als kasschuiven, saldi en eerdere mutaties niet in één overzicht zichtbaar zijn.
  2. Het ministerie erkent dat de getoonde opstelling nu niet in één oogopslag beschikbaar is en verwijst naar verdere bespreking met bewindspersonen en de rijksbegrotingsvoorschriften.
  3. Volumekortingen, zoals niet-uitgekeerde loon- en prijsbijstelling, zijn wezenlijk anders dan kasschuiven omdat ze het beschikbare budget daadwerkelijk verlagen.
  4. Voor goede controle moeten kasschuiven en volumekortingen afzonderlijk inzichtelijk blijven, omdat het ene fasering betreft en het andere bezuiniging of ombuiging.

Overprogrammering

  1. Omdat infrastructuurprojecten gemiddeld vaker vertragen dan versnellen, programmeert INW in de eerste jaren meer uitgaven dan het beschikbare budget, zonder extra projecten toe te voegen.
  2. Overprogrammering betekent dat projecten eerder in de tijd worden gezet, in de verwachting dat een deel vanzelf naar latere jaren doorschuift.
  3. Een periode van overprogrammering moet later worden gevolgd door onderprogrammering, zodat budgetten en projecten over de totale looptijd in balans blijven.
  4. Het doel is druk op de uitvoering te houden en onnodige kasschuiven te voorkomen doordat beschikbare middelen beter worden besteed.
  5. Volgens de presentatie stijgen realisatie en productie op de fondsen meerjarig, onder meer richting circa 10 miljard euro, waardoor de uitputting verbetert.
  6. Ook bij het Deltafonds wordt met meer overprogrammering gewerkt om beter op nul uit te komen en onderuitputting te verminderen.

Meerjarige keuzes en tekorten

  1. Het afwegingskader richt zich eerst op het in balans brengen van totale opgaven en beschikbare middelen; daarna moet de programmering per jaar passend worden gemaakt.
  2. Een langere horizon dan 14 jaar kan politiek worden overwogen, maar technisch neemt de onzekerheid toe en is onduidelijk hoe realistisch programmering verder vooruit zou zijn.
  3. Levensverlengend onderhoud kan kosten tijdelijk verlagen, maar leidt later opnieuw tot kosten en kan opgaven buiten de 14-jaarshorizon schuiven.
  4. Nieuwe coalitieakkoordmiddelen zitten nog niet in de getoonde budgetlijn, maar zouden de lijn vanaf 2031 stabieler maken.
  5. Meer doen vraagt volgens het ministerie om extra middelen of om middelen vrij te maken binnen de bestaande begroting ten koste van reeds geprogrammeerde uitgaven.
  6. Voor onderhoud zijn budgetten opgenomen, maar de door Rijkswaterstaat gesignaleerde opgave is groter dan die budgetten; daarbij werden bedragen van 34,5 miljard euro voor RWS en 2,9 miljard euro voor spoor genoemd.

Actiepunten

  1. Bespreek via de bewindspersoon met de minister van Financiën hoe de informatievoorziening over kasschuiven, saldi en volumekortingen kan worden verbeterd, mogelijk in de voorjaarsbesprekingen.
  2. Beantwoord de vraag over het tekort bij instandhouding spoor in de set voor de jaarverantwoording.