Open YouTube

2026-06-24 - Ontwerpbesluit Besluit collectieve warmte

Debat Indirectdutchnlpublicupdated

Read in about 5 minutes instead of watching 58 minutes.

Introductie en doel

  1. De technische briefing gaat over het Besluit collectieve warmte, met speciale aandacht voor tariefregulering omdat dat onderdeel onder de voorhang valt.
  2. De Wet collectieve warmte moet bijdragen aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving en de groei van collectieve warmtesystemen van ongeveer 6 à 7% naar mogelijk 20 à 30% van de gebouwen.
  3. De wet versterkt publieke regie, geeft gemeenten bevoegdheden rond warmtekavels en aanwijzing van warmtebedrijven, en verlangt dat aangewezen warmtebedrijven in meerderheid publiek eigendom zijn.

Planning en invoering

  1. Het besluit is geconsulteerd en getoetst door de ACM; de huidige inzet is om het vóór de zomer naar de Raad van State te sturen.
  2. De beoogde inwerkingtreding van de wet, het Besluit collectieve warmte en de ministeriële regeling blijft 1 januari 2027.
  3. Die datum is belangrijk omdat ACM en gemeenten dan bevoegdheden krijgen en omdat vertraging het invoeren van kostengebaseerde tarieven in 2031 in gevaar kan brengen.
  4. Als de planning over een jaargrens schuift, kan de invoering van kostengebaseerde tariefregulering volgens de toelichting doorschuiven naar 2032.

Tariefregulering

  1. Fase 1 blijft grotendeels gelijk aan de huidige gasreferentie en het niet-meer-dan-anders-principe, met enkele correcties.
  2. Fase 2 moet leiden tot kostengebaseerde tariefregulering vanaf 2031, gevolgd door een verdere verfijning in fase 3 voor grote aangewezen warmtebedrijven.
  3. Een belangrijke wijziging is de splitsing van het vaste tarief tussen huurder en gebouweigenaar voor het deel dat samenhangt met kosten van een cv-ketel.
  4. Het tijdelijke en definitieve afsluitstarief worden gelijk, voortkomend uit een amendement op wetsniveau.
  5. Afwijkende tariefstructuren blijven mogelijk als warmtebedrijf en verbruiker daarmee instemmen.

Marktordening en publieke regie

  1. Gemeenten krijgen een regierol bij waar en wanneer collectieve warmte wordt aangelegd, onder meer via de kavelsystematiek.
  2. Voor de aanlegfase kan een gemeente een warmtekavel vaststellen en een warmtebedrijf aanwijzen; daarvoor zijn een globaal kavelplan en een ACM-bekwaamheidstoets nodig.
  3. Tijdens de exploitatiefase krijgen gemeenten en ACM instrumenten om publieke belangen te monitoren en waar nodig bij te sturen.
  4. Het besluit werkt informatieverplichtingen en termijnen uit voor warmtebedrijven, ACM en gemeenten.

Duurzaamheid, zekerheid en bescherming

  1. Het besluit bevat een afbouwpad voor broeikasgasuitstoot tot 2050, waarna warmtelevering klimaatneutraal moet zijn.
  2. De wet en het besluit zetten sterker in op preventie van leveringszekerheidsproblemen en breiden de instrumenten van ACM uit als problemen dreigen.
  3. ACM kan derde partijen een rol geven bij het oplossen van leveringszekerheidsproblemen; vergoedingen en rollen van ACM en gemeenten zijn uitgewerkt in het besluit.
  4. Consumentenbescherming omvat onder meer regels voor aansluit- en leveringsovereenkomsten, storingscompensatie en registratie.

Procedurele vragen Kamer

  1. Kamerleden vroegen hoe het proces na de briefing verder loopt, mede omdat een commissiedebat op 24 september niet past bij de wens om het besluit vóór de zomer naar de Raad van State te sturen.
  2. Toegelicht werd dat de voorhang na afloop van de termijn in beginsel is afgedaan zodra vragen zijn beantwoord, waarna de minister kan doorsturen naar de Raad van State.
  3. De commissie kan via een procedurevergadering een verzoek doen aan het kabinet om geen onomkeerbare stappen te zetten.
  4. Zonder zo’n verzoek kan de minister na beantwoording van de vragen verder met het proces.

Discussie over versnelling

  1. Er werd gevraagd of fase 2 of fase 3 sneller kan, bijvoorbeeld voor nieuwe projecten, maar de toelichting benadrukte afhankelijkheden bij gemeenten, ACM en flankerend beleid.
  2. Voor nieuwe systemen zou versnelling mogelijk iets eenvoudiger zijn, maar regulatorische accountingregels, betaalbaarheidstoetsen en verschillende regimes maken dit complex.
  3. Het ministerie stelt dat de discussie over volgorde en versnelling van fase 2 en 3 grotendeels losstaat van het nu voorliggende besluit, dat vooral fase 1 voortzet.

Huurders en verhuurders

  1. De splitsing van vaste kosten moet het verschil tussen huurders op gas en huurders op warmte verkleinen, omdat cv-ketelkosten bij gas normaal bij de verhuurder liggen.
  2. De uitvoering van de kostenverdeling tussen huurder en gebouweigenaar moet nog verder worden geregeld, mede omdat warmtebedrijven niet altijd een relatie met gebouweigenaren hebben.
  3. De invoering van dit element is voorzien per 1 januari 2028, zodat er extra tijd is voor uitvoering en overleg met woningcorporaties.

Betaalbaarheid en investeringen

  1. Kostengebaseerde tarieven moeten investeerders zekerheid geven dat efficiënte kosten kunnen worden terugverdiend.
  2. Tegelijk moet relatieve betaalbaarheid voor gebruikers worden geborgd voordat naar kostengebaseerde tarieven wordt overgegaan.
  3. Mogelijke opties voor flankerend beleid zijn eerder geschetst, zoals een relatieve prijsgarantie of subsidie-instrument; een interdepartementaal beleidsonderzoek moet na de zomer meer opties geven.

Ontheffing en regeldruk

  1. Voor vooral kleine collectieve warmtesystemen kan voldoen aan de duurzaamheidsnorm moeilijk zijn, bijvoorbeeld door beperkte ruimte voor alternatieve bronnen.
  2. Een ontheffing geldt in beginsel vijf jaar, maar kan bij blijvend moeilijke omstandigheden voor onbepaalde tijd worden verlengd zodat ACM maatwerk kan leveren.
  3. De broeikasgasuitstoot moet uiterlijk in 2050 voor alle systemen op nul staan; daarnaast vormen ETS2-rechten tot 2044 een extra prikkel tot verduurzaming.
  4. Voor VvE’s blijft het regime licht: zij zijn grotendeels uitgezonderd en hebben vooral meet- en factuurverplichtingen vanwege Europese regels.

Actiepunten

  1. Kamerleden kunnen hun vragen en aandachtspunten opnemen in het schriftelijk overleg.
  2. De commissie kan in een procedurevergadering besluiten het kabinet te verzoeken geen onomkeerbare stappen te zetten.
  3. Het ministerie wil het besluit vóór de zomer naar de Raad van State sturen om de planning voor 1 januari 2027 te behouden.