2026-06-24 - Wet bijmengverplichting groen gas
Debat IndirectdutchnlpublicupdatedRead in about 5 minutes instead of watching 46 minutes.
Introductie en opzet
- De technische briefing gaat over de wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten voor de bijmengverplichting groen gas.
- De presentatie behandelt aanleiding en context, omvang en systematiek, gevolgen voor huishoudens en bedrijven, toezicht en de tijdlijn.
Aanleiding en doel
- Meer groen gas moet de afhankelijkheid van LNG- en aardgasimport verkleinen en de robuustheid van het energiesysteem vergroten.
- Groen gas blijft nodig voor piekvraag, hoge-temperatuurtoepassingen en chemische processen waar methaan als grondstof nodig is.
- Het wetsvoorstel stuurt op ketenemissiereductie, waarbij emissies uit productie, grondstoffenaanvoer en energiegebruik worden vergeleken met aardgas.
- Door te sturen op ketenemissies worden laagwaardige grondstoffen en efficiënte duurzame ketens gestimuleerd, met bijna 3 megaton reductie vanaf 2031.
Landbouw en koppelkansen
- Snelle vergisting van dagverse mest kan methaanuitstoot afvangen en omzetten in groen gas ter vervanging van aardgas.
- Vergisting kan stikstofreductie ondersteunen doordat snelle mestafvoer en latere mestverwerking eenvoudiger worden.
- Bij opwerking van biogas komt relatief zuivere CO2 vrij, die bijvoorbeeld in de glastuinbouw fossiele CO2 kan vervangen.
Noodzaak verplichting
- De bijmengverplichting creëert langjarige, zekere vraag naar groen gas en ondersteunt investeringsbeslissingen van producenten.
- Zekerheid over vraag maakt langjarige afspraken over grondstoffen mogelijk en geeft meer grip op de rol van groen gas in de energietransitie.
- Gesubsidieerd groen gas wordt uitgesloten om overstimulering te voorkomen, maar Nederlandse producenten kunnen maandelijks kiezen tussen SDE en de bijmengverplichting.
Omvang en systematiek
- De verplichting loopt op van ongeveer 0,6 megaton CO2-ketenemissiereductie in 2027 naar circa 2,9 megaton per jaar vanaf 2031 tot en met 2035.
- Het verwachte aandeel groen gas in ETS2-gasconsumptie stijgt van ongeveer 1% in 2027 naar ongeveer 6% vanaf 2031.
- Leveranciers moeten groen gas inkopen of produceren en bijmengen bij reguliere aardgaslevering aan ETS2-sectoren.
- Na registratie bij de NEA ontvangen leveranciers groen-gaseenheden, die jaarlijks worden beoordeeld ten opzichte van hun verplichting op basis van marktaandeel.
- Overschotten kunnen beperkt worden gespaard of verkocht; tekorten kunnen worden opgelost door GGE’s te kopen of via een buy-out tegen vooraf vastgestelde prijs.
Kosten en effecten
- Voor afnemers verandert groen gas technisch niets aan gebruik, maar de verplichting leidt wel tot hogere kosten.
- De buy-out vormt de bovenkant van de kostenraming: maximaal 1,5 cent per kuub in het eerste jaar en maximaal 9 cent per kuub vanaf 2031.
- Bij 1000 kuub gasverbruik per huishouden kan de maximale extra last in 2031 uitkomen op ongeveer 90 euro per jaar, ongeveer 4,5% van de gemiddelde jaarrekening.
- Flankerend beleid en eventuele compensatie voor de glastuinbouw vallen niet onder dit wetsvoorstel.
Toezicht
- Groen gas moet gecertificeerd zijn volgens de duurzaamheidseisen van de Richtlijn hernieuwbare energie om GGE’s te krijgen.
- Private duurzaamheidsschema’s en conformiteitsbeoordelende instellingen controleren bedrijven en geven certificering af.
- De NEA houdt publiek toezicht op Nederlandse schakels in de keten en op de CBI’s, en controleert naleving van de bijmengverplichting.
- De NEA werkt risicogericht, kan inspecties en bemonstering doen en kan bij misstanden handhavend optreden.
- De Europese Unie Databank is bedoeld om transparantie en traceerbaarheid te verbeteren, maar is geen controlemechanisme op zichzelf.
Wetgevingsproces
- De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2027.
- Het stelsel bestaat uit de wet, een algemene maatregel van bestuur en een ministeriële regeling.
- Het wetsvoorstel ligt bij de Kamer; de AMVB gaat voor de zomer in consultatie en daarna naar de Europese Commissie en Raad van State.
- De ministeriële regeling wordt direct na de zomer geconsulteerd en moet naar Brussel worden genotificeerd.
Vragen en antwoorden
- Volgens de sprekers is het verwachte aanbod voldoende, mede door bestaande SDE-productie, projecten in de pijplijn en openstelling voor buitenlands groen gas.
- Vergunningverlening en stikstof zijn erkende knelpunten, maar vallen buiten dit wetsvoorstel; binnen het programma Groen Gas wordt wel naar verbetering gekeken.
- De stapeling van kosten door ETS2, netwerktarieven en groen gas wordt onderzocht door TNO; resultaten worden na de zomer met de Kamer gedeeld.
- Het wetsvoorstel bevat geen specifieke bepalingen voor inkomens- of woningkenmerken; ander beleid richt zich op verduurzaming en vermindering van gasverbruik.
- De buy-outprijs van 450 euro per ton staat in de AMVB en is gebruikt voor de maximale kostenberekening.
- Voor glastuinbouw en WKK’s wordt groen gas gezien als mogelijke route om deze installaties richting de toekomst CO2-neutraal te behouden.
- De evaluatie is wettelijk na vijf jaar voorzien, met streven naar 2029, om voldoende informatie te hebben en nog wijzigingen te kunnen doorvoeren vóór 2035.
- Een doel voor 2040 is nog niet vastgelegd omdat ETS1 en ETS2 na 2035 mogelijk voldoende markttrekkracht geven; verlenging kan later worden overwogen.
- De NEA verwacht op basis van de huidige inschatting voldoende middelen, maar capaciteit moet jaarlijks worden geëvalueerd.
- Frauderisico’s zijn niet uit te sluiten, maar certificering, audits, C14-analyse, inspecties, bemonstering en toekomstige EU-traceerbaarheid moeten dit beperken.
Actiepunten
- Start de consultatie van de AMVB voor de zomer.
- Leg de AMVB daarna voor aan de Europese Commissie en de Raad van State.
- Consulteer de ministeriële regeling direct na de zomer en notifcieer deze in Brussel.
- Deel de TNO-uitkomsten over prijsontwikkelingen na de zomer met de Kamer.
- Evalueer jaarlijks of de middelen en capaciteit van de NEA in de praktijk voldoende zijn.