Open YouTube

2026-06-24 - Wet bijmengverplichting groen gas

Debat Indirectdutchnlpublicupdated

Read in about 5 minutes instead of watching 46 minutes.

Introductie en opzet

  1. De technische briefing gaat over de wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten voor de bijmengverplichting groen gas.
  2. De presentatie behandelt aanleiding en context, omvang en systematiek, gevolgen voor huishoudens en bedrijven, toezicht en de tijdlijn.

Aanleiding en doel

  1. Meer groen gas moet de afhankelijkheid van LNG- en aardgasimport verkleinen en de robuustheid van het energiesysteem vergroten.
  2. Groen gas blijft nodig voor piekvraag, hoge-temperatuurtoepassingen en chemische processen waar methaan als grondstof nodig is.
  3. Het wetsvoorstel stuurt op ketenemissiereductie, waarbij emissies uit productie, grondstoffenaanvoer en energiegebruik worden vergeleken met aardgas.
  4. Door te sturen op ketenemissies worden laagwaardige grondstoffen en efficiënte duurzame ketens gestimuleerd, met bijna 3 megaton reductie vanaf 2031.

Landbouw en koppelkansen

  1. Snelle vergisting van dagverse mest kan methaanuitstoot afvangen en omzetten in groen gas ter vervanging van aardgas.
  2. Vergisting kan stikstofreductie ondersteunen doordat snelle mestafvoer en latere mestverwerking eenvoudiger worden.
  3. Bij opwerking van biogas komt relatief zuivere CO2 vrij, die bijvoorbeeld in de glastuinbouw fossiele CO2 kan vervangen.

Noodzaak verplichting

  1. De bijmengverplichting creëert langjarige, zekere vraag naar groen gas en ondersteunt investeringsbeslissingen van producenten.
  2. Zekerheid over vraag maakt langjarige afspraken over grondstoffen mogelijk en geeft meer grip op de rol van groen gas in de energietransitie.
  3. Gesubsidieerd groen gas wordt uitgesloten om overstimulering te voorkomen, maar Nederlandse producenten kunnen maandelijks kiezen tussen SDE en de bijmengverplichting.

Omvang en systematiek

  1. De verplichting loopt op van ongeveer 0,6 megaton CO2-ketenemissiereductie in 2027 naar circa 2,9 megaton per jaar vanaf 2031 tot en met 2035.
  2. Het verwachte aandeel groen gas in ETS2-gasconsumptie stijgt van ongeveer 1% in 2027 naar ongeveer 6% vanaf 2031.
  3. Leveranciers moeten groen gas inkopen of produceren en bijmengen bij reguliere aardgaslevering aan ETS2-sectoren.
  4. Na registratie bij de NEA ontvangen leveranciers groen-gaseenheden, die jaarlijks worden beoordeeld ten opzichte van hun verplichting op basis van marktaandeel.
  5. Overschotten kunnen beperkt worden gespaard of verkocht; tekorten kunnen worden opgelost door GGE’s te kopen of via een buy-out tegen vooraf vastgestelde prijs.

Kosten en effecten

  1. Voor afnemers verandert groen gas technisch niets aan gebruik, maar de verplichting leidt wel tot hogere kosten.
  2. De buy-out vormt de bovenkant van de kostenraming: maximaal 1,5 cent per kuub in het eerste jaar en maximaal 9 cent per kuub vanaf 2031.
  3. Bij 1000 kuub gasverbruik per huishouden kan de maximale extra last in 2031 uitkomen op ongeveer 90 euro per jaar, ongeveer 4,5% van de gemiddelde jaarrekening.
  4. Flankerend beleid en eventuele compensatie voor de glastuinbouw vallen niet onder dit wetsvoorstel.

Toezicht

  1. Groen gas moet gecertificeerd zijn volgens de duurzaamheidseisen van de Richtlijn hernieuwbare energie om GGE’s te krijgen.
  2. Private duurzaamheidsschema’s en conformiteitsbeoordelende instellingen controleren bedrijven en geven certificering af.
  3. De NEA houdt publiek toezicht op Nederlandse schakels in de keten en op de CBI’s, en controleert naleving van de bijmengverplichting.
  4. De NEA werkt risicogericht, kan inspecties en bemonstering doen en kan bij misstanden handhavend optreden.
  5. De Europese Unie Databank is bedoeld om transparantie en traceerbaarheid te verbeteren, maar is geen controlemechanisme op zichzelf.

Wetgevingsproces

  1. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2027.
  2. Het stelsel bestaat uit de wet, een algemene maatregel van bestuur en een ministeriële regeling.
  3. Het wetsvoorstel ligt bij de Kamer; de AMVB gaat voor de zomer in consultatie en daarna naar de Europese Commissie en Raad van State.
  4. De ministeriële regeling wordt direct na de zomer geconsulteerd en moet naar Brussel worden genotificeerd.

Vragen en antwoorden

  1. Volgens de sprekers is het verwachte aanbod voldoende, mede door bestaande SDE-productie, projecten in de pijplijn en openstelling voor buitenlands groen gas.
  2. Vergunningverlening en stikstof zijn erkende knelpunten, maar vallen buiten dit wetsvoorstel; binnen het programma Groen Gas wordt wel naar verbetering gekeken.
  3. De stapeling van kosten door ETS2, netwerktarieven en groen gas wordt onderzocht door TNO; resultaten worden na de zomer met de Kamer gedeeld.
  4. Het wetsvoorstel bevat geen specifieke bepalingen voor inkomens- of woningkenmerken; ander beleid richt zich op verduurzaming en vermindering van gasverbruik.
  5. De buy-outprijs van 450 euro per ton staat in de AMVB en is gebruikt voor de maximale kostenberekening.
  6. Voor glastuinbouw en WKK’s wordt groen gas gezien als mogelijke route om deze installaties richting de toekomst CO2-neutraal te behouden.
  7. De evaluatie is wettelijk na vijf jaar voorzien, met streven naar 2029, om voldoende informatie te hebben en nog wijzigingen te kunnen doorvoeren vóór 2035.
  8. Een doel voor 2040 is nog niet vastgelegd omdat ETS1 en ETS2 na 2035 mogelijk voldoende markttrekkracht geven; verlenging kan later worden overwogen.
  9. De NEA verwacht op basis van de huidige inschatting voldoende middelen, maar capaciteit moet jaarlijks worden geëvalueerd.
  10. Frauderisico’s zijn niet uit te sluiten, maar certificering, audits, C14-analyse, inspecties, bemonstering en toekomstige EU-traceerbaarheid moeten dit beperken.

Actiepunten

  1. Start de consultatie van de AMVB voor de zomer.
  2. Leg de AMVB daarna voor aan de Europese Commissie en de Raad van State.
  3. Consulteer de ministeriële regeling direct na de zomer en notifcieer deze in Brussel.
  4. Deel de TNO-uitkomsten over prijsontwikkelingen na de zomer met de Kamer.
  5. Evalueer jaarlijks of de middelen en capaciteit van de NEA in de praktijk voldoende zijn.