2026-06-25 - Kinderopvang
Debat IndirectdutchnlpublicupdatedRead in about 4 minutes instead of watching 227 minutes.
Opening en debatorde
- De voorzitter opent het commissiedebat over kinderopvang, heet de minister en leden welkom en stelt spreektijd en interruptieregels vast.
Keuzevrijheid en gezinsbeleid
- De SGP benadrukt dat ouders primair verantwoordelijk zijn voor opvoeding en pleit voor financiële keuzevrijheid, ondersteuning van gezinnen en geen bezuiniging op kindregelingen.
- De SGP ziet samenvoeging van kindgebonden budget en kinderbijslag als eerste stap naar een integrale kindregeling, geïnspireerd op het Vlaamse groeipakket.
- DNA wil minder afhankelijkheid van toeslagen door lagere belasting op arbeid, zodat gezinnen meer zelf kunnen kiezen tussen thuis zorgen en kinderopvang.
Nieuwe financiering en toeslagen
- D66, GroenLinks-PvdA en VVD benadrukken dat het huidige toeslagenstelsel complex en risicovol is en dat afschaffing van de kinderopvangtoeslag nodig is om ouders meer zekerheid te geven.
- De minister stelt dat het huidige stelsel nog steeds grote terugvorderingsrisico’s kent: ongeveer 150.000 huishoudens moeten jaarlijks terugbetalen en er staat circa 420 miljoen euro aan vorderingen open.
- De minister bevestigt dat het kabinet niet van plan is te bezuinigen op kinderopvang en blijft mikken op invoering van het nieuwe stelsel per 1 januari 2029.
Daap en staatssteun
- CDA, FVD en JA21 uiten zorgen over de daapconstructie, staatssteunrisico’s, alternatieven, regeldruk, financierbaarheid en gevolgen voor ondernemers.
- PVV en VVD steunen de daaproute in grote lijnen, omdat bij publieke financiering van circa 9 miljard euro duidelijke spelregels nodig zijn, maar vragen aandacht voor commerciële aanbieders en ondernemersruimte.
- De minister verdedigt de daaproute als meest zekere en passende route binnen het Europese staatssteunkader en zegt dat alternatieven zoals zelfregulering, trekkingsrecht en sociale steun onvoldoende waarborgen bieden.
- De minister wil met de sector verder praten over een praktische invulling van de daap, met ruimte voor ondernemerschap, redelijk rendement en beperkte administratieve lasten.
Arbeidsmarkt en capaciteit
- Meerdere fracties waarschuwen voor personeelstekorten, wachtlijsten en de vraag of de sector extra vraag door bijna gratis kinderopvang aankan.
- CDA vraagt specifieke aandacht voor gasthouderopvang, dalende aantallen gastouders en een mogelijk niet-kostendekkend maximumuurtarief.
- De minister wijst erop dat het aantal medewerkers in de kinderopvang sinds 2018 sterk is gegroeid, maar erkent dat arbeidsmarktbeleid, instroom en creatieve oplossingen nodig blijven.
- De minister verlengt de ruimere inzet van beroepskrachten in opleiding met twee jaar, maar wil dat cao-partijen afspraken maken over kwaliteit, begeleiding en werkdruk.
Arbeidseis
- GroenLinks-PvdA pleit ervoor de arbeidseis minstens voor twee dagen los te laten, omdat dit ontwikkelkansen vergroot en het stelsel eenvoudiger maakt.
- PVV, JA21 en VVD willen de arbeidseis behouden; JA21 wil zelfs onderzoeken of de eis kan worden aangescherpt om een reële tegenprestatie te vragen.
- De minister houdt vast aan de arbeidseis, onder meer omdat afschaffing circa 0,5 miljard euro kost en extra vraag creëert in een krappe sector.
- De minister wil gemeenten meer ruimte geven voor specifieke groepen en doelgroepen sneller via lagere regelgeving kunnen aanpassen.
Tarieven en betaalbaarheid
- GroenLinks-PvdA waarschuwt dat hogere tarieven ouders met lagere inkomens kunnen verdringen en vraagt of tariefregulering of andere ingrepen klaarstaan.
- De minister kiest nu niet voor tariefregulering, maar noemt een ingroeipad, kwartaalmonitoring en marktregulering als manieren om prijsontwikkeling te volgen.
- De minister zegt dat gemiddelde tarieven nu beperkt boven de maximumuurprijs liggen, maar belooft te kijken of verdringingseffecten in wijken en inkomensgroepen beter zichtbaar worden in monitoring.
Gemeenten en grensregio’s
- D66 en CDA vragen ruimte voor grensregio’s zoals Zeeuws-Vlaanderen, waar Nederlandse kinderen door goedkopere Belgische voorzieningen de grens oversteken en lokale opvang onder druk komt.
- De minister erkent het probleem in Zeeuws-Vlaanderen, maar tempert verwachtingen en wijst op verschillen tussen landen; hij kijkt wel naar artikel 1.13 en gemeentelijke ruimte.
Overige punten
- D66 vraagt betere samenwerking tussen kinderopvang, voorschool en onderwijs; de minister wil dit meenemen in de samenwerkingsagenda.
- JA21 vraagt aandacht voor no-shows en ‘handdoekje leggen’; de minister zegt dat normen voor subsidiabele uren en structurele afwezigheid in het wetsvoorstel worden opgenomen.
- De minister zegt dat niet voldoen aan de arbeidseis in het nieuwe stelsel niet leidt tot terugvordering bij ouders of aanbieders, behalve bij georganiseerde misbruiksituaties.
Afronding en toezeggingen
- GroenLinks-PvdA vraagt een tweeminutendebat aan, dat na het zomerreces zal plaatsvinden.
- De minister zegt toe de Kamer vóór 1 september een brief te sturen over de overwogen alternatieven voor de daaproute en het nieuwe stelsel.
- In dezelfde brief komt informatie over artikel 1.13 en de vraag of gemeenten eerder meer ruimte kunnen krijgen dan via het wetsvoorstel.
- De minister bevestigt dat de impactanalyse beschikbaar moet zijn vóór de Kamerbehandeling van het wetsvoorstel.
Actiepunten
- De minister stuurt vóór 1 september een brief aan de Kamer met een overzicht van de overwogen alternatieven voor de daaproute en het nieuwe kinderopvangstelsel.
- De minister neemt in dezelfde brief informatie op over artikel 1.13 en of gemeenten eerder meer ruimte kunnen krijgen.
- De minister zorgt dat de impactanalyse beschikbaar is vóór de Kamerbehandeling van het wetsvoorstel.
- De minister neemt no-showopties en maatregelen tegen ‘handdoekje leggen’ mee in de verdere uitwerking van het wetsvoorstel.
- Er wordt een tweeminutendebat gepland na het zomerreces, aangevraagd door mevrouw Moorman.