2026-06-25 - Rapport strategische autonomie vraagt om regio- en bedrijfstakspecifiek beleid namens …
Debat IndirectdutchnlpublicupdatedRead in about 4 minutes instead of watching 60 minutes.
Aanleiding en kernbegrippen
- Het PBL-rapport onderzoekt hoe beleid voor strategische autonomie efficiënt kan worden vormgegeven tegen de achtergrond van internationale schokken zoals Covid, de oorlog in Oekraïne en spanningen rond belangrijke handelsroutes.
- Nederlandse kwetsbaarheid komt niet overal hetzelfde neer: afhankelijkheden verschillen sterk per regio en bedrijfstak door de positie van bedrijven in internationale productienetwerken.
- Het rapport maakt onderscheid tussen directe en indirecte afhankelijkheid, bijvoorbeeld wanneer een Nederlandse machinebouwer via een toeleverancier afhankelijk is van een chip uit het buitenland.
Beleidsimplicaties
- Omdat kwetsbaarheden, aangrijpingspunten en gevolgen regionaal verschillen en niet samenvallen, is regio- en bedrijfstakspecifiek maatwerk nodig.
- Een scherp beleidsdoel ontbreekt nog: duidelijk moet worden van wie Nederland minder afhankelijk wil worden en voor welke producten of ketens dat geldt.
- Afstemming met toeleveranciers en andere Europese landen is noodzakelijk, omdat waardeketens vaak grensoverschrijdend zijn.
- Bij grote regionale effecten kan flankerend beleid nodig zijn, bijvoorbeeld arbeidsmarktbeleid en omscholing.
Relatie met Wenning en strategie
- Het rapport sluit aan bij de strategie uit het rapport-Wenning, maar legt meer nadruk op een defensieve strategie: afhankelijkheden verminderen om risico’s te beperken.
- De strategie van Wenning richt zich vooral op versterken waar Nederland goed in is; strategische autonomie kan daarmee botsen, maar levert minder risico en minder productieverstoringen op.
- PBL stelt voor strategische autonomie te integreren in één samenhangende innovatie- en regionale ontwikkelingsstrategie.
Mogelijke beleidsroutes
- Een route is handelsverlegging: overstappen op andere toeleveranciers die minder kwetsbaar zijn, maar dit kan tijdelijk zijn als ketens opnieuw veranderen.
- Een tweede route is technologische verandering: productieprocessen aanpassen of andere grondstoffen gebruiken. Dit kost meer tijd en investering, maar kan structureler zijn.
- Regionale ecosystemen kunnen worden versterkt via talent, kennisontwikkeling, woningbouw, bereikbaarheid en het wegnemen van knelpunten zoals netcongestie.
- Bestaande mededingingsregels en staatssteunkaders kunnen beperkingen opleveren; mogelijk is nieuw instrumentarium nodig, zoals Europese voorkeursprincipes.
Effecten en risico’s
- Een illustratief scenario waarin Europa 25% minder afhankelijk wordt, laat zien dat regionale effecten gemiddeld beperkt kunnen lijken, maar dat specifieke bedrijfstakken lokaal tot ongeveer 40% kunnen groeien of krimpen.
- De sprekers benadrukken dat dit scenario geen voorspelling is, maar wel laat zien dat ingrepen in handelstromen grote en ongelijk verdeelde effecten kunnen hebben.
- Strategische autonomie is volgens de sprekers geen protectionisme, maar een poging om negatieve effecten van extreme specialisatie en concentratie in wereldwijde productie te beperken.
- Volledige strategische autonomie voor Nederland wordt op korte termijn als wensdenken gezien; op langere termijn zijn gerichte veranderingen wel haalbaar, maar waarschijnlijk kostbaar.
Governance en uitvoering
- De nationale overheid moet volgens PBL de regie houden, maar regio’s, ontwikkelmaatschappijen en bedrijven moeten betrokken worden vanwege hun kennis van lokale economie en ketens.
- Het rapport pleit voor regiospecifiek beleid, niet voor volledig regionaal beleid: centrale coördinatie blijft nodig om concurrentie tussen regio’s en versnippering te voorkomen.
- Bedrijven hebben zelf belang bij minder kwetsbare ketens, omdat leveringsproblemen al tot vertragingen in productieprocessen leiden.
- Voor Brussel wordt benadrukt dat regionale coördinatie, innovatie in productieprocessen en behoud van opgebouwde regionale kennis belangrijke aandachtspunten zijn.
Arbeidsmarkt en regio’s
- Regionale groei hangt volgens eerder onderzoek sterk samen met human capital, innovatie en agglomeratievoordelen; deze factoren moeten in samenhang worden aangepakt.
- Omscholing moet rekening houden met overlappende vaardigheden tussen beroepen en sectoren, maar overstappen vraagt begeleiding.
- Arbeidsmarktbeleid moet vaak regionaal worden georganiseerd, omdat vooral lager opgeleiden beperkte pendelbereidheid hebben en mkb-bedrijven lokaal talent nodig hebben.
- Bij strategische autonomie moeten mensen worden begeleid naar sectoren die regionaal sterk zijn, groeien en bijdragen aan strategische autonomie.
Actiepunten
- Kies duidelijke aandachtsvelden en bepaal concreet voor welke producten, landen of ketens Nederland minder afhankelijk wil worden.
- Stem beleid voor strategische autonomie af met toeleveranciers en Europese partners, omdat delen van de productie buiten Nederland plaatsvinden.
- Ontwikkel nieuw instrumentarium om regio- en bedrijfstakspecifiek beleid mogelijk te maken, vooral via innovatiebeleid en regionale ontwikkelingsstrategieën.
- Gebruik kennis van bedrijven en regio’s bij het in kaart brengen van ketens en het vormgeven van beleid.
- Organiseer samenwerking tussen overheid, regio’s en bedrijven rond relevante clusters en ketens, met centrale coördinatie vanuit de nationale overheid.
- Neem in Europees verband regionale coördinatie, innovatie in productieprocessen en bestaand smart-specialisation-instrumentarium mee in de verdere beleidsontwikkeling.