Open YouTube

2026-06-25 - Rapport strategische autonomie vraagt om regio- en bedrijfstakspecifiek beleid namens …

Debat Indirectdutchnlpublicupdated

Read in about 4 minutes instead of watching 60 minutes.

Aanleiding en kernbegrippen

  1. Het PBL-rapport onderzoekt hoe beleid voor strategische autonomie efficiënt kan worden vormgegeven tegen de achtergrond van internationale schokken zoals Covid, de oorlog in Oekraïne en spanningen rond belangrijke handelsroutes.
  2. Nederlandse kwetsbaarheid komt niet overal hetzelfde neer: afhankelijkheden verschillen sterk per regio en bedrijfstak door de positie van bedrijven in internationale productienetwerken.
  3. Het rapport maakt onderscheid tussen directe en indirecte afhankelijkheid, bijvoorbeeld wanneer een Nederlandse machinebouwer via een toeleverancier afhankelijk is van een chip uit het buitenland.

Beleidsimplicaties

  1. Omdat kwetsbaarheden, aangrijpingspunten en gevolgen regionaal verschillen en niet samenvallen, is regio- en bedrijfstakspecifiek maatwerk nodig.
  2. Een scherp beleidsdoel ontbreekt nog: duidelijk moet worden van wie Nederland minder afhankelijk wil worden en voor welke producten of ketens dat geldt.
  3. Afstemming met toeleveranciers en andere Europese landen is noodzakelijk, omdat waardeketens vaak grensoverschrijdend zijn.
  4. Bij grote regionale effecten kan flankerend beleid nodig zijn, bijvoorbeeld arbeidsmarktbeleid en omscholing.

Relatie met Wenning en strategie

  1. Het rapport sluit aan bij de strategie uit het rapport-Wenning, maar legt meer nadruk op een defensieve strategie: afhankelijkheden verminderen om risico’s te beperken.
  2. De strategie van Wenning richt zich vooral op versterken waar Nederland goed in is; strategische autonomie kan daarmee botsen, maar levert minder risico en minder productieverstoringen op.
  3. PBL stelt voor strategische autonomie te integreren in één samenhangende innovatie- en regionale ontwikkelingsstrategie.

Mogelijke beleidsroutes

  1. Een route is handelsverlegging: overstappen op andere toeleveranciers die minder kwetsbaar zijn, maar dit kan tijdelijk zijn als ketens opnieuw veranderen.
  2. Een tweede route is technologische verandering: productieprocessen aanpassen of andere grondstoffen gebruiken. Dit kost meer tijd en investering, maar kan structureler zijn.
  3. Regionale ecosystemen kunnen worden versterkt via talent, kennisontwikkeling, woningbouw, bereikbaarheid en het wegnemen van knelpunten zoals netcongestie.
  4. Bestaande mededingingsregels en staatssteunkaders kunnen beperkingen opleveren; mogelijk is nieuw instrumentarium nodig, zoals Europese voorkeursprincipes.

Effecten en risico’s

  1. Een illustratief scenario waarin Europa 25% minder afhankelijk wordt, laat zien dat regionale effecten gemiddeld beperkt kunnen lijken, maar dat specifieke bedrijfstakken lokaal tot ongeveer 40% kunnen groeien of krimpen.
  2. De sprekers benadrukken dat dit scenario geen voorspelling is, maar wel laat zien dat ingrepen in handelstromen grote en ongelijk verdeelde effecten kunnen hebben.
  3. Strategische autonomie is volgens de sprekers geen protectionisme, maar een poging om negatieve effecten van extreme specialisatie en concentratie in wereldwijde productie te beperken.
  4. Volledige strategische autonomie voor Nederland wordt op korte termijn als wensdenken gezien; op langere termijn zijn gerichte veranderingen wel haalbaar, maar waarschijnlijk kostbaar.

Governance en uitvoering

  1. De nationale overheid moet volgens PBL de regie houden, maar regio’s, ontwikkelmaatschappijen en bedrijven moeten betrokken worden vanwege hun kennis van lokale economie en ketens.
  2. Het rapport pleit voor regiospecifiek beleid, niet voor volledig regionaal beleid: centrale coördinatie blijft nodig om concurrentie tussen regio’s en versnippering te voorkomen.
  3. Bedrijven hebben zelf belang bij minder kwetsbare ketens, omdat leveringsproblemen al tot vertragingen in productieprocessen leiden.
  4. Voor Brussel wordt benadrukt dat regionale coördinatie, innovatie in productieprocessen en behoud van opgebouwde regionale kennis belangrijke aandachtspunten zijn.

Arbeidsmarkt en regio’s

  1. Regionale groei hangt volgens eerder onderzoek sterk samen met human capital, innovatie en agglomeratievoordelen; deze factoren moeten in samenhang worden aangepakt.
  2. Omscholing moet rekening houden met overlappende vaardigheden tussen beroepen en sectoren, maar overstappen vraagt begeleiding.
  3. Arbeidsmarktbeleid moet vaak regionaal worden georganiseerd, omdat vooral lager opgeleiden beperkte pendelbereidheid hebben en mkb-bedrijven lokaal talent nodig hebben.
  4. Bij strategische autonomie moeten mensen worden begeleid naar sectoren die regionaal sterk zijn, groeien en bijdragen aan strategische autonomie.

Actiepunten

  1. Kies duidelijke aandachtsvelden en bepaal concreet voor welke producten, landen of ketens Nederland minder afhankelijk wil worden.
  2. Stem beleid voor strategische autonomie af met toeleveranciers en Europese partners, omdat delen van de productie buiten Nederland plaatsvinden.
  3. Ontwikkel nieuw instrumentarium om regio- en bedrijfstakspecifiek beleid mogelijk te maken, vooral via innovatiebeleid en regionale ontwikkelingsstrategieën.
  4. Gebruik kennis van bedrijven en regio’s bij het in kaart brengen van ketens en het vormgeven van beleid.
  5. Organiseer samenwerking tussen overheid, regio’s en bedrijven rond relevante clusters en ketens, met centrale coördinatie vanuit de nationale overheid.
  6. Neem in Europees verband regionale coördinatie, innovatie in productieprocessen en bestaand smart-specialisation-instrumentarium mee in de verdere beleidsontwikkeling.