2026-06-26 - Openbaar verhoor Arie Slob
Debat IndirectdutchnlpublicupdatedRead in about 5 minutes instead of watching 197 minutes.
Opening en context
- De commissie opent het openbare verhoor op 26 juni 2026 en schetst het doel: terugblikken op de coronaperiode om te leren voor een volgende pandemie of langdurige crisis.
- Arie Slob wordt gehoord als voormalig minister voor primair en voortgezet onderwijs, met nadruk op scholensluitingen en de impact op kinderen en jongeren.
Katshuis en besluitvorming
- Slob was bij het eerste Katshuisoverleg op 15 maart 2020, waarna de eerste scholensluiting werd aangekondigd.
- Hij vond de Katshuisoverleggen waardevol als informele, oriënterende gesprekken waarin onderwijsbelangen konden worden ingebracht voordat formele besluitvorming plaatsvond.
- Volgens Slob werden besluiten na de eerste keer niet in het Katshuis genomen, maar in bredere gremia zoals de MCCB.
- Hij verdedigt de kleinere samenstelling van het Katshuis omdat de zwaarst geraakte portefeuilles daar diepgaander konden brainstormen.
- Slob stelt dat ministers buiten het Katshuis formeel ruimte hielden om hun inbreng te leveren, vooral na de normalisering van de overlegstructuur vanaf juni 2020.
OMT-adviezen en afwegingen
- Slob benadrukt dat het kabinet het OMT niet blind volgde; volgens hem zijn onderwijsadviezen meerdere keren niet overgenomen.
- Zijn vaste lijn was: scholen openhouden als dat verantwoord kon, maar scholen niet aan het onmogelijke houden.
- Hij vond het niet problematisch dat het OMT ook maatschappelijke gevolgen benoemde, zolang het kabinet de uiteindelijke bredere weging maakte.
- Bij de tweede scholensluiting in december 2020 woog de druk op de zorg volgens Slob zo zwaar dat onderwijs onderdeel werd van een breed maatregelenpakket.
- Slob zegt dat voor scholensluitingen geen even precieze effectberekening beschikbaar was als voor de avondklok, omdat onderwijsmaatregelen moeilijker afzonderlijk te modelleren waren.
Relaties binnen kabinet
- Slob beschrijft zijn samenwerking met de minister-president, De Jonge en andere collega’s als collegiaal, maar met stevige botsingen door tegengestelde belangen tussen zorg en onderwijs.
- Hij werkte naar eigen zeggen goed samen met minister Van Engelshoven; hij was verantwoordelijk voor PO en VO, zij voor mbo en hoger onderwijs.
- Slob zag de economische Trojka vaak als bondgenoten in het streven om scholen waar mogelijk open te houden.
- Hij ontkent dat de Trojka op zijn stoel ging zitten en beschouwde hun pleidooien voor open scholen vooral als ondersteuning van zijn eigen lijn.
Lekken en openheid
- Slob noemt lekken na Katshuisoverleggen zeer hinderlijk, omdat ze onrust veroorzaakten in de onderwijssector voordat besluiten formeel waren genomen.
- Volgens hem maakte de mogelijkheid van lekken deelnemers soms alerter, maar hij bleef bewust open spreken met collega’s.
Maatschappelijke schade en DG Samenleving
- Slob erkent dat de gezondheidscrisis vanaf het begin grote maatschappelijke schade veroorzaakte, vooral voor kwetsbare kinderen.
- Hij noemt de oprichting van het DG Samenleving en COVID-19 nuttig voor coördinatie tussen ministeries rond maatschappelijke gevolgen en jeugdbeleid.
- Hij wijst op steunpakketten, het Deltaplan Jeugd en samenwerking rond jeugd-GGZ, werkgelegenheid en onderwijs als voorbeelden van bredere maatschappelijke opvolging.
- Slob reageert emotioneel op de suggestie dat kwetsbare kinderen geen prioriteit hadden en stelt dat vanaf dag één uitzonderingen en opvangmogelijkheden zijn geregeld.
Contact met onderwijssector
- Slob haalde input van leerlingen op via het LAKS, dat vanaf het begin een volwaardige plek kreeg in zijn sectoroverleggen.
- Voor basisschoolleerlingen gebruikte hij werkbezoeken, digitale gesprekken en contact met scholen om signalen op te halen.
- Leerlingen misten volgens Slob belangrijke momenten zoals groep-8-afsluitingen, examens, schoolkampen en sociale contacten.
- Hij noemt grote verschillen tussen leerlingen: sommigen leden sterk onder afstandsonderwijs, anderen zagen voordelen in hybride onderwijs.
- Docenten werden vertegenwoordigd via vakbonden; hun zorgen gingen onder meer over gezondheid, testen, vaccinatie, 1,5 meter afstand en uitvoerbaarheid.
Leerlingen versus leraren
- Slob erkent dat belangen van leerlingen en leraren soms botsten: leerlingen wilden vaak naar school, terwijl docenten soms veiligheid en digitaal onderwijs benadrukten.
- Bij het loslaten van de 1,5 meter in het voortgezet onderwijs botste Slob met bonden, maar hij vond openstelling verantwoord op basis van medisch advies en testbeleid.
- Bij de derde scholensluiting liet hij de zorgen van docenten zwaarder meewegen dan eerder, mede door verdeeldheid in de sector.
Derde scholensluiting
- Slob vond de onderbouwing voor de derde scholensluiting in december 2021 minder sterk dan bij de tweede sluiting, omdat zorgcijfers en R-waarde anders lagen.
- Het OMT wees volgens hem vooral op risico’s rond omikron, de kerstperiode en contact tussen kinderen, ouders en grootouders.
- De ambtelijke commissie adviseerde kritisch over de sluiting, met zorgen over consistentie, uitvoerbaarheid, effectiviteit en negatieve gevolgen.
- Slob ging uiteindelijk akkoord met een compromis: alleen de week voor de kerstvakantie, met een nieuw OMT-advies en nieuw weegmoment voor verlenging.
- Hij zegt niet te hebben gedreigd met aftreden, maar wel zeer strijdbaar te zijn geweest en pas opgelucht toen op 3 januari bleek dat verlenging niet nodig was.
Lessen voor de toekomst
- Slob noemt pandemische paraatheid cruciaal en waarschuwt dat bezuinigingen daarop toekomstige keuzes opnieuw kunnen verzwaren.
- Hij vindt dat IC-capaciteit en opleiding van IC-personeel beter op orde moeten zijn om te voorkomen dat scholen opnieuw in beeld komen als drukventiel.
- Hij benadrukt dat ventilatie, binnenklimaat en onderwijshuisvesting structureel moeten worden aangepakt.
- Voor betere vertegenwoordiging van kinderen en jongeren adviseert hij lijnen open te zetten, jongerenorganisaties volwaardig te betrekken en kinderen actief op te zoeken.
Afsluiting
- De voorzitter sluit het verhoor af en kondigt een volgend verhoor aan met Nienke Luiks, toenmalig voorzitter van LAKS.
Actiepunten
- Neem de brief van 20 maart 2020 over de continuïteit van het onderwijs en de aanpak voor kwetsbare kinderen opnieuw goed door.
- Zorg voor betere pandemische paraatheid, zodat een volgend virus minder snel tot ingrijpende schoolmaatregelen leidt.
- Versterk IC-capaciteit en opleiding van IC-personeel om toekomstige druk op de zorg beter op te vangen.
- Pak ventilatie, binnenklimaat en verouderde onderwijshuisvesting structureel aan.
- Houd bij een volgende pandemie de lijnen met kinderen en jongeren open en geef hun vertegenwoordigers een volwaardige plek in de besluitvorming.