Open YouTube

2026-06-26 - Openbaar verhoor Arie Slob

Debat Indirectdutchnlpublicupdated

Read in about 5 minutes instead of watching 197 minutes.

Opening en context

  1. De commissie opent het openbare verhoor op 26 juni 2026 en schetst het doel: terugblikken op de coronaperiode om te leren voor een volgende pandemie of langdurige crisis.
  2. Arie Slob wordt gehoord als voormalig minister voor primair en voortgezet onderwijs, met nadruk op scholensluitingen en de impact op kinderen en jongeren.

Katshuis en besluitvorming

  1. Slob was bij het eerste Katshuisoverleg op 15 maart 2020, waarna de eerste scholensluiting werd aangekondigd.
  2. Hij vond de Katshuisoverleggen waardevol als informele, oriënterende gesprekken waarin onderwijsbelangen konden worden ingebracht voordat formele besluitvorming plaatsvond.
  3. Volgens Slob werden besluiten na de eerste keer niet in het Katshuis genomen, maar in bredere gremia zoals de MCCB.
  4. Hij verdedigt de kleinere samenstelling van het Katshuis omdat de zwaarst geraakte portefeuilles daar diepgaander konden brainstormen.
  5. Slob stelt dat ministers buiten het Katshuis formeel ruimte hielden om hun inbreng te leveren, vooral na de normalisering van de overlegstructuur vanaf juni 2020.

OMT-adviezen en afwegingen

  1. Slob benadrukt dat het kabinet het OMT niet blind volgde; volgens hem zijn onderwijsadviezen meerdere keren niet overgenomen.
  2. Zijn vaste lijn was: scholen openhouden als dat verantwoord kon, maar scholen niet aan het onmogelijke houden.
  3. Hij vond het niet problematisch dat het OMT ook maatschappelijke gevolgen benoemde, zolang het kabinet de uiteindelijke bredere weging maakte.
  4. Bij de tweede scholensluiting in december 2020 woog de druk op de zorg volgens Slob zo zwaar dat onderwijs onderdeel werd van een breed maatregelenpakket.
  5. Slob zegt dat voor scholensluitingen geen even precieze effectberekening beschikbaar was als voor de avondklok, omdat onderwijsmaatregelen moeilijker afzonderlijk te modelleren waren.

Relaties binnen kabinet

  1. Slob beschrijft zijn samenwerking met de minister-president, De Jonge en andere collega’s als collegiaal, maar met stevige botsingen door tegengestelde belangen tussen zorg en onderwijs.
  2. Hij werkte naar eigen zeggen goed samen met minister Van Engelshoven; hij was verantwoordelijk voor PO en VO, zij voor mbo en hoger onderwijs.
  3. Slob zag de economische Trojka vaak als bondgenoten in het streven om scholen waar mogelijk open te houden.
  4. Hij ontkent dat de Trojka op zijn stoel ging zitten en beschouwde hun pleidooien voor open scholen vooral als ondersteuning van zijn eigen lijn.

Lekken en openheid

  1. Slob noemt lekken na Katshuisoverleggen zeer hinderlijk, omdat ze onrust veroorzaakten in de onderwijssector voordat besluiten formeel waren genomen.
  2. Volgens hem maakte de mogelijkheid van lekken deelnemers soms alerter, maar hij bleef bewust open spreken met collega’s.

Maatschappelijke schade en DG Samenleving

  1. Slob erkent dat de gezondheidscrisis vanaf het begin grote maatschappelijke schade veroorzaakte, vooral voor kwetsbare kinderen.
  2. Hij noemt de oprichting van het DG Samenleving en COVID-19 nuttig voor coördinatie tussen ministeries rond maatschappelijke gevolgen en jeugdbeleid.
  3. Hij wijst op steunpakketten, het Deltaplan Jeugd en samenwerking rond jeugd-GGZ, werkgelegenheid en onderwijs als voorbeelden van bredere maatschappelijke opvolging.
  4. Slob reageert emotioneel op de suggestie dat kwetsbare kinderen geen prioriteit hadden en stelt dat vanaf dag één uitzonderingen en opvangmogelijkheden zijn geregeld.

Contact met onderwijssector

  1. Slob haalde input van leerlingen op via het LAKS, dat vanaf het begin een volwaardige plek kreeg in zijn sectoroverleggen.
  2. Voor basisschoolleerlingen gebruikte hij werkbezoeken, digitale gesprekken en contact met scholen om signalen op te halen.
  3. Leerlingen misten volgens Slob belangrijke momenten zoals groep-8-afsluitingen, examens, schoolkampen en sociale contacten.
  4. Hij noemt grote verschillen tussen leerlingen: sommigen leden sterk onder afstandsonderwijs, anderen zagen voordelen in hybride onderwijs.
  5. Docenten werden vertegenwoordigd via vakbonden; hun zorgen gingen onder meer over gezondheid, testen, vaccinatie, 1,5 meter afstand en uitvoerbaarheid.

Leerlingen versus leraren

  1. Slob erkent dat belangen van leerlingen en leraren soms botsten: leerlingen wilden vaak naar school, terwijl docenten soms veiligheid en digitaal onderwijs benadrukten.
  2. Bij het loslaten van de 1,5 meter in het voortgezet onderwijs botste Slob met bonden, maar hij vond openstelling verantwoord op basis van medisch advies en testbeleid.
  3. Bij de derde scholensluiting liet hij de zorgen van docenten zwaarder meewegen dan eerder, mede door verdeeldheid in de sector.

Derde scholensluiting

  1. Slob vond de onderbouwing voor de derde scholensluiting in december 2021 minder sterk dan bij de tweede sluiting, omdat zorgcijfers en R-waarde anders lagen.
  2. Het OMT wees volgens hem vooral op risico’s rond omikron, de kerstperiode en contact tussen kinderen, ouders en grootouders.
  3. De ambtelijke commissie adviseerde kritisch over de sluiting, met zorgen over consistentie, uitvoerbaarheid, effectiviteit en negatieve gevolgen.
  4. Slob ging uiteindelijk akkoord met een compromis: alleen de week voor de kerstvakantie, met een nieuw OMT-advies en nieuw weegmoment voor verlenging.
  5. Hij zegt niet te hebben gedreigd met aftreden, maar wel zeer strijdbaar te zijn geweest en pas opgelucht toen op 3 januari bleek dat verlenging niet nodig was.

Lessen voor de toekomst

  1. Slob noemt pandemische paraatheid cruciaal en waarschuwt dat bezuinigingen daarop toekomstige keuzes opnieuw kunnen verzwaren.
  2. Hij vindt dat IC-capaciteit en opleiding van IC-personeel beter op orde moeten zijn om te voorkomen dat scholen opnieuw in beeld komen als drukventiel.
  3. Hij benadrukt dat ventilatie, binnenklimaat en onderwijshuisvesting structureel moeten worden aangepakt.
  4. Voor betere vertegenwoordiging van kinderen en jongeren adviseert hij lijnen open te zetten, jongerenorganisaties volwaardig te betrekken en kinderen actief op te zoeken.

Afsluiting

  1. De voorzitter sluit het verhoor af en kondigt een volgend verhoor aan met Nienke Luiks, toenmalig voorzitter van LAKS.

Actiepunten

  1. Neem de brief van 20 maart 2020 over de continuïteit van het onderwijs en de aanpak voor kwetsbare kinderen opnieuw goed door.
  2. Zorg voor betere pandemische paraatheid, zodat een volgend virus minder snel tot ingrijpende schoolmaatregelen leidt.
  3. Versterk IC-capaciteit en opleiding van IC-personeel om toekomstige druk op de zorg beter op te vangen.
  4. Pak ventilatie, binnenklimaat en verouderde onderwijshuisvesting structureel aan.
  5. Houd bij een volgende pandemie de lijnen met kinderen en jongeren open en geef hun vertegenwoordigers een volwaardige plek in de besluitvorming.