Open YouTube

2026-07-01 - Openbaar verhoor Jaap van Dissel

Debat Indirectdutchnlpublicupdated

Read in about 5 minutes instead of watching 228 minutes.

Opening en doel

  1. De commissie opent het tweede openbare verhoor met Jaap van Dissel over concrete coronamaatregelen zoals de avondklok, het coronatoegangsbewijs en mondkapjes.
  2. Van Dissel legt de belofte af om de waarheid te spreken.

Strategieën begin pandemie

  1. Van Dissel beschrijft containment via bron- en contactonderzoek als de aanvankelijke strategie, gebaseerd op eerdere SARS-ervaringen.
  2. Hij onderscheidt lockdown als vrijwel alle contacten beperken, uitrazen als niets doen, en gecontroleerd uitrazen als maatregelen nemen zonder te streven naar nul besmettingen.
  3. Volgens Van Dissel was volledige maakbaarheid van een exponentieel verspreidend luchtwegvirus beperkt, maar konden pieken wel worden gedrukt en uitgesmeerd tot vaccinatie beschikbaar kwam.

Groepsimmuniteit en IC-capaciteit

  1. Van Dissel zegt dat het begrip kudde-immuniteit te vroeg en te simpel in de communicatie is terechtgekomen en neemt daarvoor verantwoordelijkheid.
  2. Hij stelt dat gecontroleerd uitrazen niet bedoeld was als sturen op maximale IC-bezetting of code zwart; 2000 IC-bedden achtte hij onrealistisch.
  3. IC-capaciteit speelde wel een rol als grens en risicomaat in scenario’s, maar modellen waren volgens hem scenario’s met onzekerheden, geen voorspellingen.

Regionale avondklok

  1. In september 2020 zag het OMT een regionale avondklok als mogelijke maatregel om mobiliteit en waterbedeffecten rond regionale sluitingen te beperken.
  2. Van Dissel benadrukt dat een avondklok juridisch en maatschappelijk zwaar was vanwege inperking van grondrechten en onzeker effect.
  3. Het OMT vond regionale aanpak lastig uitvoerbaar, maar noemde de avondklok als optie omdat andere regionale beperkingen gemakkelijk konden worden omzeild.

Landelijke avondklok

  1. Door de opkomst van de alfavariant, hoge zorgbelasting en een reproductiegetal rond één trok het OMT aan de bel en kwam er een spoedadviesvraag.
  2. Het OMT baseerde het advies op internationale ervaringen, studies, modelscenario’s en de verwachting dat een avondklok de R-waarde met ongeveer 8 tot 13 procent kon verlagen.
  3. Van Dissel erkent onzekerheden, maar zegt dat een klein effect belangrijk kon zijn omdat avondcontacten onder jongere groepen relatief veel transmissie konden veroorzaken.
  4. Over de verlenging zegt hij dat het OMT achteraf duidelijker had moeten aangeven bij welke waarden de avondklok kon stoppen.

Coronatoegangsbewijs

  1. Van Dissel beschouwt het CTB als voortgekomen uit een Europees 3G-systeem voor reizen, later nationaal gebruikt om activiteiten met minder risico te openen.
  2. Hij noemt het CTB geen bestrijdingsmaatregel maar een risicoreducerende openingsmaatregel met epidemiologische componenten.
  3. De effectiviteit was volgens hem complex en afhankelijk van testen, vaccinatie, doorgemaakte infectie, varianten en prevalentie.
  4. Het OMT had discussie over het loslaten van de 1,5 meter; Van Dissel was daar persoonlijk terughoudend over, maar het uiteindelijke advies koos breder voor CTB met versoepelingen.

2G-discussie

  1. Bij het 2G-advies ontstond kritiek van OMT-leden omdat de verdeeldheid en onzekerheid onvoldoende in de brief waren weergegeven.
  2. Van Dissel erkent dat de formulering over 2G te kort door de bocht was en dat een latere uitgebreide uitwerking de discussie beter weergaf.
  3. Hij zegt persoonlijk geen voorstander te zijn van vaccinatiedwang en wijst op maatschappelijke breuklijnen en mensen die niet gevaccineerd konden worden.
  4. Volgens Van Dissel bleef de keuze voor 2G uiteindelijk een politieke afweging, terwijl het OMT vooral epidemiologische effecten moest doorrekenen.

Complexiteit maatregelen

  1. Van Dissel herkent de kritiek dat maatregelen onlogisch en complex werden, doordat steeds meer specifieke sectorale belangen en uitzonderingen meespeelden.
  2. Hij zegt dat het OMT herhaaldelijk pleitte voor duidelijke basisregels, maar dat naleving en politieke wensen de maatregelen steeds ingewikkelder maakten.

Kritici en externe input

  1. Over het gesprek met Maurice de Hond zegt Van Dissel dat er standpunten over aerosolen zijn uitgewisseld, maar dat dit niet leidde tot een ander OMT-inzicht.
  2. Het gesprek met het Red Team was volgens hem vooral een uitwisseling; intensievere samenwerking werd niet zinvol geacht omdat het Red Team juist onafhankelijk advies gaf.
  3. Van Dissel benadrukt dat het OMT iteratief werkte en inzichten aanpaste op basis van nieuwe kennis, zoals over ventilatie, asymptomatische transmissie en varianten.

Aerosolen en ventilatie

  1. Van Dissel legt uit dat het OMT COVID-19 vooral als druppelinfectie beoordeelde, met aerosolen mogelijk relevant in specifieke omstandigheden.
  2. Hij zegt dat het OMT aerosolen niet ontkende, maar onvoldoende epidemiologisch bewijs zag om ventilatie boven basismaatregelen als isolatie, quarantaine en afstand te plaatsen.
  3. Ventilatie werd volgens hem wel vaak genoemd en hoort bij risicoreductie, maar niet als vervanging van andere maatregelen.
  4. Hij vindt dat ventilatie eerder zichtbaar aan de basismaatregelen had mogen worden toegevoegd.

Mondkapjes

  1. Van Dissel benadrukt dat het OMT niet tegen mondkapjes als zodanig was, maar keek naar epidemiologisch bewijs voor gebruik in de publieke ruimte.
  2. Volgens hem was de toegevoegde waarde in de zomer van 2020 bij lage prevalentie beperkt, zeker vergeleken met thuisblijven bij klachten en quarantaine.
  3. Het OMT adviseerde mondkapjes wel in situaties met korte afstand of restrisico, zoals zorg, openbaar vervoer, horeca en contactberoepen.
  4. Vanaf december 2020 werd het gebruik logischer door hogere prevalentie en nieuwe varianten; Van Dissel noemt de verplichting uiteindelijk een politiek besluit.

Wetenschap, politiek en media

  1. Van Dissel vindt dat OMT-adviezen te sterk gepolitiseerd raakten en dat het onderscheid tussen wetenschappelijk advies, bestuurlijke afweging en politiek besluit duidelijker had moeten zijn.
  2. Hij noemt het schadelijk dat OMT-adviezen in media en politiek vaak aan personen werden gekoppeld, wat polarisatie en bedreigingen kon versterken.
  3. Hij vindt dat OMT-leden in media soms verschillende rollen vermengden, bijvoorbeeld als OMT-lid en als vertegenwoordiger van een beroepsgroep.

Scholensluiting

  1. Van Dissel zegt dat hij in maart 2020 tot het laatst probeerde scholen open te houden en furieus was over de open brief van medisch specialisten die sluiting bepleitte.
  2. Hij voelde zich buitenspel gezet doordat de politiek volgens hem al had besloten de scholen te sluiten voordat hij in het Catshuis arriveerde.

Afsluiting

  1. Van Dissel benadrukt dat adviseurs beschermd moeten worden, zodat wetenschappers ook in toekomstige crises bereid blijven publiek advies te geven.
  2. De voorzitter sluit het verhoor en kondigt het volgende openbare verhoor met mevrouw Schipper-Spanninga aan.