2026-07-02 - Iran
Debat IndirectdutchnlpublicupdatedRead in about 4 minutes instead of watching 23 minutes.
Moties over Iran
- Van Dijk dient een motie in tegen normalisering van betrekkingen met Iran en tegen substantiële sanctieverlichting zonder duidelijke, controleerbare stappen rond het nucleaire programma en Iraans gedrag.
- Van Dijk dient een tweede motie in om Iraanse diplomaten in Nederland persona non grata te verklaren en diplomatieke betrekkingen met Iran op te schorten vanwege dreiging, IRGC-verwevenheid en internationale precedenten.
- Van der Werf benadrukt dat sanctieverlichting niet los kan staan van Iraanse mensenrechtenschendingen en vraagt om handhaving van mensenrechtensancties zolang repressie voortduurt.
- Piri dient een motie in tegen elke vorm van sanctieverlichting voor Iran zonder concrete verbetering van de mensenrechtensituatie, waaronder vrijlating van politieke gevangenen en een moratorium op executies.
- Dobbe vraagt extra steun voor Iraanse vrouwenrechten- en mensenrechtenorganisaties, omdat repressie sinds de oorlog met de VS en Israël is toegenomen.
- Dobbe vraagt extra ondersteuning voor de Fact-Finding Mission on Iran om toegenomen repressie en burgerslachtoffers door aanvallen te onderzoeken.
Andere buitenlandmoties
- Maas dient namens meerdere Kamerleden een motie in over Egypte, gericht op behoud van een mensenrechtenexpert bij de EU-delegatie in Caïro na september.
- Piri dient een motie in tegen diplomatiek verkeer met de Taliban dat kan leiden tot legitimering of normalisering van het regime, en tegen accreditering van Talibanvertegenwoordigers in Nederland.
- Piri vraagt om een EU-brede strategie tegen transnationale repressie en integratie daarvan in de EU-veiligheidsstrategie.
- Dekker stelt dat Nederland geen voortrekkersrol binnen de NAVO moet nemen bij acties tegen Iran en zelfstandig het Nederlandse belang moet wegen.
Reactie van de minister
- De minister geeft Van Dijks eerste motie oordeel Kamer, mits normalisering wordt opgevat als geen sanctieverlichting zonder verifieerbare gedragsverandering.
- De minister ontraadt de motie om Iraanse diplomaten uit te zetten en diplomatieke betrekkingen op te schorten, omdat open kanalen en de ambassade in Teheran belangrijk blijven.
- De minister geeft de D66-motie over handhaving van mensenrechtensancties oordeel Kamer.
- De minister ontraadt de Egypte-motie over de mensenrechtenexpert vanwege financiering, personeelsbeleid en gemaakte keuzes, maar zegt aangenomen moties te zullen uitvoeren.
- De minister wil Piri’s Iran-motie alleen oordeel Kamer geven als die beperkt wordt tot mensenrechtensancties; omdat Piri dat niet accepteert, wordt de motie ontraden.
- De Taliban-motie wordt ontraden, omdat functionele contacten volgens de minister nodig blijven en geen erkenning van het regime betekenen.
- De motie over een EU-strategie tegen transnationale repressie krijgt oordeel Kamer.
- De moties van Dobbe over steun aan Iraanse mensenrechtenorganisaties en de Fact-Finding Mission krijgen oordeel Kamer, met de kanttekening dat directe extra financiering van de VN-missie niet mogelijk is.
- De motie van Dekker over geen voortrekkersrol binnen de NAVO wordt ontraden, omdat Nederland volgens de minister juist wel een voortrekkersrol wil spelen.
Actiepunten
- De regering moet zich in Europees verband uitspreken tegen normalisering van betrekkingen met het Iraanse regime en de Kamer vooraf betrekken bij substantiële sanctieverlichting of normalisering.
- De regering moet alle Iraanse diplomaten in Nederland persona non grata verklaren en diplomatieke betrekkingen met Iran opschorten.
- De regering moet zich in EU-verband inzetten voor volledige handhaving van mensenrechtensancties tegen Iran zolang repressie voortduurt.
- De regering moet bij toekomstige onderhandelingen met Iran de positie van vrouwen, het democratisch middenveld en minderheden nadrukkelijk aan de orde stellen.
- De regering moet zich inzetten voor behoud van de mensenrechtenexpertfunctie bij de EU-delegatie in Caïro en spoedig een vacature uitzetten.
- Het kabinet moet niet akkoord gaan met sanctieverlichting voor Iran zonder concrete verbetering van de mensenrechtensituatie.
- De regering moet diplomatiek verkeer met de Taliban stoppen voor zover dat kan leiden tot legitimering of normalisering van het regime.
- De regering moet geen officiële Talibanvertegenwoordigers in Nederland accrediteren.
- De regering moet werk maken van een EU-brede strategie tegen transnationale repressie en die integreren in de EU-veiligheidsstrategie.
- De regering moet Iraanse vrouwenrechten- en mensenrechtenorganisaties extra ondersteunen.
- De regering moet de Fact-Finding Mission on Iran extra ondersteunen bij onderzoek naar toegenomen repressie en burgerslachtoffers.
- De regering moet geen voortrekkersrol binnen de NAVO innemen en zelfstandig het Nederlandse belang wegen.