2026-07-03 - Openbaar verhoor Hanneke Schipper-Spanninga
Debat IndirectdutchnlpublicupdatedRead in about 6 minutes instead of watching 180 minutes.
Opening en rol van BZK
- De commissie opent het openbare verhoor van Hanneke Schipper-Spanninga, voormalig directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving bij BZK, over onder meer grondrechten en de avondklok tijdens de coronapandemie.
- BZK wordt omschreven als rijksbrede hoeder van de Grondwet, met verantwoordelijkheid voor grondrechten, staatsrechtelijke verhoudingen en inrichting van het openbaar bestuur.
- De directie CZW toetste wetsvoorstellen aan grondrechten, werkte aan grondwets- en organieke wetgeving en ondersteunde bewindspersonen bij parlementaire behandeling.
Grondrechtenafweging
- Tijdens corona toetste CZW maatregelen op grondwettigheid, hielp zij mee aan wetgeving zoals de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 en keek zij naar aansprakelijkheidsvraagstukken.
- Volgens Schipper was er voortdurend sprake van botsende grondrechten, zoals bewegingsvrijheid, familieleven, eigendom en onderwijs tegenover volksgezondheid en het recht op leven.
- De juridische toets bestond uit noodzaak, geschiktheid en proportionaliteit, met subsidiariteit als onderdeel van de beoordeling of minder ingrijpende alternatieven mogelijk waren.
- Zij benadrukt dat grondrechten geen vaste rangorde kennen en dat afwegingen per concrete maatregel moeten worden gemaakt, niet als wiskundige optelsom.
OMT en informatiebasis
- OMT-adviezen waren volgens Schipper cruciaal voor de beoordeling van de medische noodzaak en geschiktheid van maatregelen, omdat CZW zelf geen medische expertise had.
- Voor de proportionaliteit keek men ook naar maatschappelijke impact, via informatie van gemeenten, VNG, vakdepartementen, belangenorganisaties, media en interne BZK-signalen.
- Bij oplopende besmettingen, hoge R-waarden en druk op de IC-capaciteit werd de bedreiging voor de volksgezondheid als zwaarder gezien; bij daling kon afschaling worden bepleit.
- Een breder OMT met gedragskundige en maatschappelijke expertise kon volgens haar nuttig zijn voor geschiktheid en naleving, maar de medische bedreiging moest afzonderlijk zichtbaar blijven.
Noodverordeningen en TWM
- Het gebruik van noodverordeningen in het begin werd juridisch begrijpelijk genoemd, omdat artikel 7 Wpg bestaande instrumenten bood, maar CZW vond dat dit niet te lang mocht duren.
- BZK bepleitte al snel een formele wettelijke basis vanwege grondrechtenbeperkingen, democratische legitimiteit en terugkeer naar normale bestuurlijke verhoudingen.
- De Tweede Kamer was bij noodverordeningen via debatten nauw betrokken, hoewel die rol niet wettelijk was voorgeschreven.
- De TWM trad pas op 1 december 2020 in werking doordat het wetsvoorstel snel werd voorbereid maar daarna reces, consultatie, Raad van State-advies en parlementaire behandeling tijd vroegen.
Parlementaire betrokkenheid
- Het amendement-Buitenweg maakte van de lichte voorhang een zwaardere voorhang waarbij de Tweede Kamer ministeriële regelingen kon tegenhouden; de Eerste Kamer kreeg die rol niet.
- Schipper noemt het staatsrechtelijk uitlegbaar dat alleen de Tweede Kamer die positie kreeg, gezien de spoed en bijzondere crisissituatie.
- De vangnetconstructie in de TWM was bedoeld voor onvoorziene omstandigheden, maar werd geschrapt omdat de Kamer zulke maatregelen direct bij wet wilde regelen.
- De driemaandelijkse verlenging van de TWM gaf veel parlementaire controle, maar leidde volgens Schipper ook tot veel werk en debat over het raamwerk, terwijl maatregelen zelf vaak korter golden.
Avondklok
- BZK was aanvankelijk kritisch op de avondklok omdat die in september en oktober 2020 vooral werd gekoppeld aan handhavingsproblemen in studentenhuizen, niet aan voldoende onderbouwde volksgezondheidsnoodzaak.
- Praktische bezwaren waren onder meer dat Nederland een 24-uurs economie heeft, met nachtwerk in zorg, haven, Schiphol en andere sectoren.
- Het 96e OMT-advies, met een verwacht effect van 8 tot 13 procent daling van de R-waarde en dreiging van de Britse variant, maakte voor CZW dat de noodzaak voldoende was onderbouwd.
- CZW vond de avondklok daarna proportioneel gezien de harde lockdown, beperkte alternatieven en ernstige vooruitzichten, mits uitzonderingen goed geregeld waren en de maatregel als eerste zou worden afgeschaald.
- Bij verlengingen moest telkens opnieuw worden beoordeeld of de maatregel nog nodig was; de duur en ervaren zwaarte speelden mee, maar de beoordeling bleef onderdeel van een totaalpakket.
- Schipper herkent niet dat bestuurders gewend raakten aan noodmaatregelen; volgens haar bleef er groot besef van de impact en werd intensief over maatregelen gediscussieerd.
Juridische basis avondklok
- De uitspraak van de rechtbank dat de avondklok op basis van de WBBG onvoldoende wettelijke grondslag had, kwam voor CZW onverwacht.
- De staat stelde met grote spoed beroep in omdat de avondklok anders direct buiten werking zou worden gesteld; Schipper noemt dat uitzonderlijk snel maar begrijpelijk bij zo’n maatregel.
- Er kwam alsnog een aparte wettelijke basis om het zekere voor het onzekere te nemen, hoewel hof en Hoge Raad later oordeelden dat de WBBG-grondslag rechtmatig was.
- Volgens Schipper veranderde de nieuwe juridische basis niets aan de inhoudelijke grondrechtenafweging; het ging vooral om technisch-juridische vormgeving.
Coronatoegangsbewijs
- CZW was voorstander van het 3G-coronatoegangsbewijs omdat het sectoren zoals horeca, cultuur en sport weer kon openen en minder vergaand werd gevonden dan sluiting.
- Bij het CTB speelde vooral privacy, maar volgens Schipper was de app zorgvuldig vormgegeven doordat controleurs alleen een vinkje zagen en geen medische details.
- Het CTB werd gezien als middel om andere grondrechtenbeperkingen te verminderen, vooral in niet-essentiële sectoren; toepassing bij essentiële voorzieningen zoals ziekenhuis of supermarkt vond zij niet passend.
- Zorgen over uitvoerbaarheid en handhaving door horeca en gemeenten herkende Schipper niet altijd uit eigen herinnering, maar zij erkent dat zulke signalen in de geschiktheidstoets moeten worden meegewogen.
- Volgens haar betekent gebrekkige uitvoering niet automatisch dat een maatregel disproportioneel is; eerst moet worden gekeken of uitvoering kan worden verbeterd.
Uitbreiding CTB en 2G
- Bij uitbreiding van het CTB naar werkvloeren wees CZW op de afhankelijkheidsrelatie tussen werknemer en werkgever; uitbreiding naar niet-essentiële dienstverlening werd minder problematisch gevonden.
- Ondanks hoge tijdsdruk vond Schipper dat grondrechten tijdens de snelle wetgevingstrajecten zo zorgvuldig mogelijk zijn afgewogen.
- CZW was kritisch op 2G omdat dit indirecte vaccinatiedrang of vaccinatieverplichting kon betekenen, vooral voor mensen met godsdienstige of levensbeschouwelijke bezwaren.
- Schipper vond de combinatie van uitbreiding van 3G en invoering van 2G kwetsbaar: als 3G nog kon worden uitgebreid, was de noodzaak van het zwaardere 2G minder duidelijk.
- Hoewel CZW aarzelingen had, ging het ministerie uiteindelijk akkoord na politiek overleg; Schipper benadrukt dat ambtelijke adviezen niet altijd beslissend zijn en politici een eigen weging maken.
Reflectie en lessen
- Schipper stelt dat er zelden zoveel aandacht is geweest voor grondrechten als tijdens de coronapandemie.
- Zij vindt dat CZW, behalve in de eerste weken, voldoende gelegenheid had om maatregelen te toetsen, al stonden adviezen vaak onder grote tijdsdruk.
- Achteraf vindt zij dat CZW indringender had moeten waarschuwen tegen het bezoekverbod in verpleeghuizen, vanwege de zware inbreuk op familieleven en willekeurige uitvoering per instelling.
- Voor een volgende crisis pleit zij voor meer uniforme rijkssturing bij landelijke maatregelen en betere betrokkenheid van BZK bij het veiligheidsberaad wanneer grondrechten en openbaar bestuur zwaar worden geraakt.
- Zij vindt dat grondrechtenafwegingen explicieter in toelichtingen op noodverordeningen zouden moeten worden vastgelegd, ook als ze inhoudelijk al zijn meegewogen.
- Volgens Schipper moet CZW als gespecialiseerde directie blijven bestaan, maar blijven andere departementen zelf verantwoordelijk voor naleving van grondrechten.