Open YouTube

2026-07-03 - Openbaar verhoor Hanneke Schipper-Spanninga

Debat Indirectdutchnlpublicupdated

Read in about 6 minutes instead of watching 180 minutes.

Opening en rol van BZK

  1. De commissie opent het openbare verhoor van Hanneke Schipper-Spanninga, voormalig directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving bij BZK, over onder meer grondrechten en de avondklok tijdens de coronapandemie.
  2. BZK wordt omschreven als rijksbrede hoeder van de Grondwet, met verantwoordelijkheid voor grondrechten, staatsrechtelijke verhoudingen en inrichting van het openbaar bestuur.
  3. De directie CZW toetste wetsvoorstellen aan grondrechten, werkte aan grondwets- en organieke wetgeving en ondersteunde bewindspersonen bij parlementaire behandeling.

Grondrechtenafweging

  1. Tijdens corona toetste CZW maatregelen op grondwettigheid, hielp zij mee aan wetgeving zoals de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 en keek zij naar aansprakelijkheidsvraagstukken.
  2. Volgens Schipper was er voortdurend sprake van botsende grondrechten, zoals bewegingsvrijheid, familieleven, eigendom en onderwijs tegenover volksgezondheid en het recht op leven.
  3. De juridische toets bestond uit noodzaak, geschiktheid en proportionaliteit, met subsidiariteit als onderdeel van de beoordeling of minder ingrijpende alternatieven mogelijk waren.
  4. Zij benadrukt dat grondrechten geen vaste rangorde kennen en dat afwegingen per concrete maatregel moeten worden gemaakt, niet als wiskundige optelsom.

OMT en informatiebasis

  1. OMT-adviezen waren volgens Schipper cruciaal voor de beoordeling van de medische noodzaak en geschiktheid van maatregelen, omdat CZW zelf geen medische expertise had.
  2. Voor de proportionaliteit keek men ook naar maatschappelijke impact, via informatie van gemeenten, VNG, vakdepartementen, belangenorganisaties, media en interne BZK-signalen.
  3. Bij oplopende besmettingen, hoge R-waarden en druk op de IC-capaciteit werd de bedreiging voor de volksgezondheid als zwaarder gezien; bij daling kon afschaling worden bepleit.
  4. Een breder OMT met gedragskundige en maatschappelijke expertise kon volgens haar nuttig zijn voor geschiktheid en naleving, maar de medische bedreiging moest afzonderlijk zichtbaar blijven.

Noodverordeningen en TWM

  1. Het gebruik van noodverordeningen in het begin werd juridisch begrijpelijk genoemd, omdat artikel 7 Wpg bestaande instrumenten bood, maar CZW vond dat dit niet te lang mocht duren.
  2. BZK bepleitte al snel een formele wettelijke basis vanwege grondrechtenbeperkingen, democratische legitimiteit en terugkeer naar normale bestuurlijke verhoudingen.
  3. De Tweede Kamer was bij noodverordeningen via debatten nauw betrokken, hoewel die rol niet wettelijk was voorgeschreven.
  4. De TWM trad pas op 1 december 2020 in werking doordat het wetsvoorstel snel werd voorbereid maar daarna reces, consultatie, Raad van State-advies en parlementaire behandeling tijd vroegen.

Parlementaire betrokkenheid

  1. Het amendement-Buitenweg maakte van de lichte voorhang een zwaardere voorhang waarbij de Tweede Kamer ministeriële regelingen kon tegenhouden; de Eerste Kamer kreeg die rol niet.
  2. Schipper noemt het staatsrechtelijk uitlegbaar dat alleen de Tweede Kamer die positie kreeg, gezien de spoed en bijzondere crisissituatie.
  3. De vangnetconstructie in de TWM was bedoeld voor onvoorziene omstandigheden, maar werd geschrapt omdat de Kamer zulke maatregelen direct bij wet wilde regelen.
  4. De driemaandelijkse verlenging van de TWM gaf veel parlementaire controle, maar leidde volgens Schipper ook tot veel werk en debat over het raamwerk, terwijl maatregelen zelf vaak korter golden.

Avondklok

  1. BZK was aanvankelijk kritisch op de avondklok omdat die in september en oktober 2020 vooral werd gekoppeld aan handhavingsproblemen in studentenhuizen, niet aan voldoende onderbouwde volksgezondheidsnoodzaak.
  2. Praktische bezwaren waren onder meer dat Nederland een 24-uurs economie heeft, met nachtwerk in zorg, haven, Schiphol en andere sectoren.
  3. Het 96e OMT-advies, met een verwacht effect van 8 tot 13 procent daling van de R-waarde en dreiging van de Britse variant, maakte voor CZW dat de noodzaak voldoende was onderbouwd.
  4. CZW vond de avondklok daarna proportioneel gezien de harde lockdown, beperkte alternatieven en ernstige vooruitzichten, mits uitzonderingen goed geregeld waren en de maatregel als eerste zou worden afgeschaald.
  5. Bij verlengingen moest telkens opnieuw worden beoordeeld of de maatregel nog nodig was; de duur en ervaren zwaarte speelden mee, maar de beoordeling bleef onderdeel van een totaalpakket.
  6. Schipper herkent niet dat bestuurders gewend raakten aan noodmaatregelen; volgens haar bleef er groot besef van de impact en werd intensief over maatregelen gediscussieerd.

Juridische basis avondklok

  1. De uitspraak van de rechtbank dat de avondklok op basis van de WBBG onvoldoende wettelijke grondslag had, kwam voor CZW onverwacht.
  2. De staat stelde met grote spoed beroep in omdat de avondklok anders direct buiten werking zou worden gesteld; Schipper noemt dat uitzonderlijk snel maar begrijpelijk bij zo’n maatregel.
  3. Er kwam alsnog een aparte wettelijke basis om het zekere voor het onzekere te nemen, hoewel hof en Hoge Raad later oordeelden dat de WBBG-grondslag rechtmatig was.
  4. Volgens Schipper veranderde de nieuwe juridische basis niets aan de inhoudelijke grondrechtenafweging; het ging vooral om technisch-juridische vormgeving.

Coronatoegangsbewijs

  1. CZW was voorstander van het 3G-coronatoegangsbewijs omdat het sectoren zoals horeca, cultuur en sport weer kon openen en minder vergaand werd gevonden dan sluiting.
  2. Bij het CTB speelde vooral privacy, maar volgens Schipper was de app zorgvuldig vormgegeven doordat controleurs alleen een vinkje zagen en geen medische details.
  3. Het CTB werd gezien als middel om andere grondrechtenbeperkingen te verminderen, vooral in niet-essentiële sectoren; toepassing bij essentiële voorzieningen zoals ziekenhuis of supermarkt vond zij niet passend.
  4. Zorgen over uitvoerbaarheid en handhaving door horeca en gemeenten herkende Schipper niet altijd uit eigen herinnering, maar zij erkent dat zulke signalen in de geschiktheidstoets moeten worden meegewogen.
  5. Volgens haar betekent gebrekkige uitvoering niet automatisch dat een maatregel disproportioneel is; eerst moet worden gekeken of uitvoering kan worden verbeterd.

Uitbreiding CTB en 2G

  1. Bij uitbreiding van het CTB naar werkvloeren wees CZW op de afhankelijkheidsrelatie tussen werknemer en werkgever; uitbreiding naar niet-essentiële dienstverlening werd minder problematisch gevonden.
  2. Ondanks hoge tijdsdruk vond Schipper dat grondrechten tijdens de snelle wetgevingstrajecten zo zorgvuldig mogelijk zijn afgewogen.
  3. CZW was kritisch op 2G omdat dit indirecte vaccinatiedrang of vaccinatieverplichting kon betekenen, vooral voor mensen met godsdienstige of levensbeschouwelijke bezwaren.
  4. Schipper vond de combinatie van uitbreiding van 3G en invoering van 2G kwetsbaar: als 3G nog kon worden uitgebreid, was de noodzaak van het zwaardere 2G minder duidelijk.
  5. Hoewel CZW aarzelingen had, ging het ministerie uiteindelijk akkoord na politiek overleg; Schipper benadrukt dat ambtelijke adviezen niet altijd beslissend zijn en politici een eigen weging maken.

Reflectie en lessen

  1. Schipper stelt dat er zelden zoveel aandacht is geweest voor grondrechten als tijdens de coronapandemie.
  2. Zij vindt dat CZW, behalve in de eerste weken, voldoende gelegenheid had om maatregelen te toetsen, al stonden adviezen vaak onder grote tijdsdruk.
  3. Achteraf vindt zij dat CZW indringender had moeten waarschuwen tegen het bezoekverbod in verpleeghuizen, vanwege de zware inbreuk op familieleven en willekeurige uitvoering per instelling.
  4. Voor een volgende crisis pleit zij voor meer uniforme rijkssturing bij landelijke maatregelen en betere betrokkenheid van BZK bij het veiligheidsberaad wanneer grondrechten en openbaar bestuur zwaar worden geraakt.
  5. Zij vindt dat grondrechtenafwegingen explicieter in toelichtingen op noodverordeningen zouden moeten worden vastgelegd, ook als ze inhoudelijk al zijn meegewogen.
  6. Volgens Schipper moet CZW als gespecialiseerde directie blijven bestaan, maar blijven andere departementen zelf verantwoordelijk voor naleving van grondrechten.