2026-07-06 - Openbaar verhoor Jaap van Delden
Debat IndirectdutchnlpublicupdatedRead in about 5 minutes instead of watching 140 minutes.
Opening en rol Van Delden
- De commissie opent het openbare verhoor over de coronaperiode, met focus op vaccinaties en de coronatoegangspas.
- Van Delden was vanaf 10 november 2020 programmadirecteur COVID-19-vaccinaties bij het RIVM en voelde zich verantwoordelijk om de opdracht aan te nemen, ondanks grote onzekerheid.
- Bij zijn start waren onder meer vriezers, opslag, vervoer, registratievoorbereiding en materialen deels geregeld, maar de programmaorganisatie en uitvoeringsafspraken moesten nog sterk worden opgebouwd.
Voorbereiding en late start
- Volgens Van Delden was te veel uitgegaan van het griepvaccinatiemodel via huisartsen en ontbrak een uitgewerkt plan B voor grootschalige vaccinatie via de GGD.
- De keuze voor het AstraZeneca-scenario bleek problematisch toen Pfizer eerder of tegelijk beschikbaar kwam en logistiek veel complexer was, onder meer door opslag bij zeer lage temperatuur en korte houdbaarheid na ontdooien.
- Hij stelt dat Nederland waarschijnlijk net als andere landen eind december had kunnen starten als het Pfizer/GGD-scenario eerder was voorbereid.
- De start op 6 januari 2021 was later dan gewenst, maar werd gekozen om de uitvoering, registratie en afspraken zorgvuldig genoeg te organiseren en vertrouwen te behouden.
Doelen en strategie
- Van Delden omschrijft zijn opdracht vooral als het zo snel mogelijk mogelijk maken van vaccinatie volgens de politieke strategie; het doel en de transmissievraag lagen volgens hem bij Gezondheidsraad, OMT en politiek.
- Hij herinnert zich dat vaccins breed werden gezien als middel om ernstige ziekte, sterfte en druk op de zorg te verminderen, maar zegt weinig betrokken te zijn geweest bij verwachtingen over transmissie.
- Registratie van wie welk vaccin kreeg was volgens hem ook belangrijk om later onderzoek naar effecten op transmissie mogelijk te maken.
Prioritering en uitzonderingen
- De minister probeerde volgens Van Delden het Gezondheidsraadadvies zoveel mogelijk te volgen, maar begon praktisch met zorgmedewerkers omdat vaccinatie van kwetsbare ouderen logistiek nog niet gereed was.
- Vaccinatie in verpleeghuizen vergde herverpakking, traceerbaarheid van batches en afspraken met ziekenhuisapothekers; mobiele 90-plussers konden later via GGD-locaties worden uitgenodigd.
- Uitzonderingen voor kleinere groepen zoals ME, ambassadepersoneel en topsporters hadden volgens hem rond april beperkte impact, maar grotere extra prioriteitsgroepen hadden de operatie kunnen compliceren en vertragen.
- Het initiatief om overgebleven vaccins te gebruiken vond hij begrijpelijk vanuit het voorkomen van verspilling, al zag hij mogelijk risico op verkeerde prikkels.
Samenwerking en sturing
- Van Delden beschrijft frustratie over het gedecentraliseerde zorgveld: partijen voelden verantwoordelijkheid, maar besluitvorming via verenigingen, ledenraadplegingen en afstemming kostte in crisisomstandigheden veel tijd.
- Hij noemt gegevensuitwisseling met huisartsen en verpleeghuizen als concreet knelpunt, met technische problemen en juridische onzekerheid over het delen van vaccinatiegegevens.
- Volgens hem heeft de minister in het zorgstelsel onvoldoende doorzettingsmacht om in een crisis snel over sectoren heen te sturen op personeel, gegevens, materialen en uitvoering.
- Hij pleit voor sterker denken vanuit publieke gezondheid, omdat individuele zorglogica en privacykaders in een pandemie kunnen botsen met landelijk overzicht en snelle bestrijding.
Voorbereiding op volgende pandemie
- Nederland is volgens Van Delden beter voorbereid door extra middelen voor pandemische paraatheid en de oprichting van de Landelijke Functionaliteit Infectieziektebestrijding bij het RIVM.
- Belangrijke verbeterpunten zijn meerdere scenario’s voorbereiden, betere technische en juridische gegevensuitwisseling, meer doorzettingsvermogen voor de minister en sterker publiekegezondheidsdenken.
- Hij waarschuwt om niet alleen lessen uit de vorige crisis te kopiëren, maar ook frisse kennis uit wetenschap en bedrijfsleven te blijven benutten.
Bijwerkingen en registratie
- Bijwerkingen werden door Lareb geregistreerd; Van Delden was vooral betrokken bij de uitvoeringsgevolgen van besluiten zoals stops met AstraZeneca.
- De AstraZeneca-stops waren voor huisartsen logistiek lastig, omdat uitnodigingen, locaties en planningen soms al klaarstonden.
- Het RIVM-systeem CIMS was volgens hem geschikt, maar werd in het begin onvolledig gevuld door ontbrekende data, technische koppelingen en juridische twijfels bij zorgpartijen.
- De registratie verbeterde gaandeweg 2021, waardoor schattingen steeds minder nodig werden.
Vaccinatiebereidheid en communicatie
- Van Delden betreurt de ophef over zijn uitspraak dat hij begreep dat mensen Pfizer zouden kiezen; hij bedoelde volgens eigen zeggen de kortere interval tot volledige vaccinatie, niet een kwaliteitsverschil.
- Zorgen over bijwerkingen, vooral rond AstraZeneca, speelden volgens hem duidelijk mee in de vaccinatiebereidheid, maar publiekscommunicatie lag primair bij VWS.
- Keuzevrijheid tussen vaccins was volgens hem in het begin niet uitvoerbaar door schaarste en zou de campagne waarschijnlijk hebben vertraagd of gecompliceerd.
- Hij benadrukt dat politieke en publieke communicatie zorgvuldig moet wegen of uitspraken vaccinatiebereidheid helpen of juist belemmeren.
Werkdruk en afronding
- In de eerste weken en maanden was de werkdruk bij het RIVM zeer hoog, met lange dagen, zeven dagen per week overleg en grote druk om snel te beslissen met beperkte informatie.
- Van Delden ervoer de druk vooral als interne verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid; hij voelde zich door minister De Jonge doorgaans gehoord wanneer uitvoering grenzen aangaf.
- Na zijn overstap naar VWS ervoer hij de werkdruk als gezonder, mede doordat de vaccinatieoperatie inmiddels liep en lessen konden worden verwerkt voor pandemische paraatheid.
- Het verhoor wordt afgesloten; later die middag staat een volgend openbaar verhoor met Marjolijn Sonnema gepland.
Actiepunten
- Bereid bij een volgende pandemie vooraf meerdere vaccinatiescenario’s voor, inclusief een scenario voor als aannames niet uitkomen.
- Verbeter de technische en juridische gegevensuitwisseling in de zorg, zodat landelijke registratie sneller en completer beschikbaar is.
- Versterk het doorzettingsvermogen van de minister om in crisistijd sneller te kunnen sturen binnen het zorgveld.
- Denk vooraf na over opt-in en opt-out voor landelijke gegevensdeling bij pandemiebestrijding.