Open YouTube

2026-07-06 - Openbaar verhoor Marjolijn Sonnema

Debat Indirectdutchnlpublicupdated

Read in about 6 minutes instead of watching 181 minutes.

Opening en rol Sonnema

  1. De commissie opent het openbare verhoor over de coronaperiode, met deze week aandacht voor het coronatoegangsbewijs en vaccinaties.
  2. Sonnema legt de belofte af en licht toe dat zij formeel op 20 juli 2020 begon, maar vanaf 1 september de volle verantwoordelijkheid droeg als directeur-generaal Volksgezondheid.
  3. Haar DG coördineerde binnen VWS de volksgezondheidsaanpak, waaronder testen, traceren, vaccineren, quarantaine, reizen, maatregelen en parlementaire zaken.
  4. Zij was eerste ambtelijke adviseur van minister De Jonge op deze onderwerpen en nam deel aan belangrijke ambtelijke en ministeriële coronaoverleggen.

Aankoop en uitvoering vaccins

  1. VWS zette met andere landen vroeg in op gezamenlijke vaccinaankoop, later overgenomen door de Europese Commissie, om marktmacht te bundelen en risico's te spreiden.
  2. De aankoopstrategie koos bewust voor een breed portfolio van zes kansrijke vaccins, omdat onzeker was welk vaccin als eerste zou worden goedgekeurd en geleverd.
  3. Sonnema was eindverantwoordelijk voor de organisatie, maar de onderhandelingen lagen vooral bij een speciale directeur en het RIVM vanwege de vaccinkennis.
  4. De uitvoeringsstrategie was aanvankelijk smal en gericht op fijnmazige distributie via bestaande vaccinatiekanalen, vooral passend bij AstraZeneca.
  5. Sonnema erkent dat VWS onvoldoende heeft onderkend dat voor BioNTech/Pfizer een tweede uitvoeringsstrategie nodig was vanwege logistieke eisen.
  6. Op 1 december werd duidelijk dat de fijnmazige strategie voor Pfizer niet zou lukken, waarna snel werd geschakeld naar grootschalige vaccinatie via de GGD.
  7. Door het ontbreken van een plan B liep Nederland vertraging op; Sonnema zegt dat een vooraf uitgewerkte GGD-strategie dit vermoedelijk had kunnen voorkomen.

Gezondheidsraad en OMT

  1. Sonnema onderscheidt het OMT als adviseur voor virusbestrijding tijdens crises en de Gezondheidsraad als vaste wetenschappelijke adviseur voor onder meer vaccinaties.
  2. Bij vaccinatievragen werd meestal de Gezondheidsraad geraadpleegd; bij directe relatie met virusbestrijding of snelle duiding kwam het OMT in beeld, soms gezamenlijk.
  3. De keuze welk adviesorgaan werd gevraagd gebeurde vaak via overleg met beide voorzitters, zonder harde vooraf vastgelegde criteria.
  4. VWS vond sommige adviezen van de Gezondheidsraad moeilijk toepasbaar omdat volgens Sonnema maatschappelijke context en uitvoerbaarheid soms te weinig werden meegewogen.
  5. De Gezondheidsraad uitte op zijn beurt zorgen over ongewenste inmenging door VWS, bijvoorbeeld suggesties over bronnen, werkwijze of tijdpad.
  6. Sonnema herkent spanning over tempo en werkwijze, maar zegt dat zij het contact met de voorzitter van de Gezondheidsraad als goed heeft ervaren.

Vaccinatiestrategie en volgorde

  1. De Gezondheidsraad adviseerde op 19 november 2020 een strategie gericht op het voorkomen van ernstige ziekte en sterfte, met voorrang voor de meest kwetsbaren.
  2. Het kabinet nam het advies al op 20 november over; Sonnema verklaart dat er urgentie was omdat vaccins snel verwacht werden.
  3. Andere departementen, vooral de financiële departementen, pleitten voor prioriteit voor 50- tot 75-jarigen om de zorgdruk en maatschappelijke beperkingen sneller te verminderen.
  4. Sonnema stelt dat VWS de gekozen kabinetsstrategie uitvoerde en dat departementen die een andere strategie wilden dit politiek moesten inbrengen.
  5. Er was kritiek op de betrokkenheid en informatievoorziening richting andere departementen; Sonnema erkent dat VWS er niet altijd in slaagde iedereen voldoende mee te nemen.
  6. Besluitvorming verliep vaak onder hoge tijdsdruk; Sonnema zegt dat ambtelijk vaker is gepleit voor langere besluitvormingsrondes, maar dat het virus regelmatig versnelling afdwong.

Voorrang voor groepen

  1. VWS wilde in beginsel de volgorde van de Gezondheidsraad volgen, maar maakte uitzonderingen voor acute zorg en huisartsen omdat die binnen of dicht bij het advies pasten.
  2. De ME kreeg later, in april 2021, voorrang hoewel die minder goed binnen het Gezondheidsraadadvies paste; de groep was klein en had volgens de politiek een belangrijke taak met veel blootstelling.
  3. Grote groepen zoals politie en docenten kregen geen voorrang, mede omdat er in januari nog weinig vaccins beschikbaar waren en dit ten koste zou gaan van kwetsbare groepen.
  4. Sonnema vindt het verdedigbaar dat de vaccinatievolgorde op kwetsbaarheid was gebaseerd, maar noemt de keuze ook ethisch geladen.
  5. Zij stelt dat het nuttig is om in vredestijd opnieuw te kijken naar cruciale beroepen en mogelijke prioritering bij toekomstige crises.

Versoepelingen voorjaar 2021

  1. In april 2021 was er duidelijke maatschappelijke behoefte aan versoepeling na maanden maatregelen, waaronder de avondklok.
  2. Op 28 april besloot het kabinet toch te versoepelen, hoewel het OMT adviseerde nog even te wachten omdat de ziekenhuizen nog op een hoog punt zaten.
  3. Sonnema waarschuwde voor overhaaste besluiten en pleitte voor twee tot drie weken tussen versoepelstappen om effecten zichtbaar te maken.
  4. Volgens Sonnema is dat ritme grotendeels gevolgd, behalve bij de laatste gecombineerde stap van 26 juni, waarvoor wel een positief OMT-advies lag.
  5. De snelle opkomst van de deltavariant bleef onder de radar en leidde kort na de versoepelingen tot nieuwe aanscherpingen op 9 juli 2021.
  6. Sonnema benadrukt dat VWS niet principieel tegen versoepelingen was, maar veel waarde hechtte aan OMT-advies en vooraf vastgestelde criteria.

Dansen met Janssen en vaccinatiegraad

  1. Bij het coronatoegangsbewijs werd aanvankelijk geen wachttijd na volledige vaccinatie gehanteerd, mede omdat politiek de wens bestond het systeem niet ingewikkelder te maken.
  2. Jongeren konden na één Janssen-prik direct een toegangsbewijs krijgen; later werd alsnog een wachttijd ingevoerd toen besmettingen toenamen.
  3. Sonnema noemt de communicatie dat iemand direct na de prik goed beschermd zou zijn onjuist, omdat bescherming tijd nodig heeft om op te bouwen.
  4. Zij erkent dat het aanbieden van Janssen aan jongeren heeft bijgedragen aan de vaccinatiegraad, maar weet niet of dat het hoofddoel was.
  5. Minister De Jonge sprak de ambitie uit om boven 90 procent vaccinatiegraad te komen; Sonnema vond dat ambtelijk hoog en onzeker, maar zag het streven naar een zo hoog mogelijke graad als breed gedragen.
  6. Een algemene vaccinatieplicht is volgens Sonnema niet overwogen; over zorgpersoneel is wel verkend of verplichting of andere maatregelen juridisch en praktisch denkbaar waren.
  7. Sonnema zegt persoonlijk wars te zijn van vaccinatiedwang en vaccinatiedrang, maar kan zich voorstellen dat ongevaccineerd zorgpersoneel andere taken krijgt verder van kwetsbare patiënten af.

Werkdruk binnen VWS

  1. Sonnema beschrijft de werkdruk tijdens de pandemie als zeer hoog, met lange dagen en perioden waarin intensief moest worden opgeschaald.
  2. Vooral de periode rond kerst 2020 tot half januari 2021 ervoer zij als onmenselijk door de ombouw van de vaccinatiestrategie en de opkomst van een nieuwe variant.
  3. VWS probeerde de druk te beheersen door functies te dubbelen, mensen te laten afschalen, extra collega's aan te trekken en werk dakpansgewijs over te dragen.
  4. Een organisatieadviseur keek mee bij de COVID-directie om werkdruk, organisatie en signalen bij medewerkers in de gaten te houden.
  5. Sonnema zegt dat minister De Jonge ambitieus was en soms meer vroeg dan haalbaar was, maar dat zij hem daarop kon aanspreken en prioriteiten kon bespreken.
  6. Voor toekomstige crises adviseert zij tijdig een aparte crisisorganisatie op te zetten, ruim genoeg bemenst en met ruimte voor afschaling en reflectie.

Actiepunten

  1. Stel bij een volgende crisis tijdig een aparte crisisorganisatie in.
  2. Rust een crisisorganisatie ruim toe met goede mensen, zodat afschaling, reflectie en rust mogelijk blijven.
  3. Zet een organisatieadviseur in die meekijkt naar werkdruk, signalen bij medewerkers en slimmere organisatie van het werk.
  4. Onderzoek in rustige tijden welke maatschappelijke groepen of cruciale beroepen bij een toekomstige crisis mogelijk prioriteit moeten krijgen.