2026-07-10 - Openbaar verhoor Hugo de Jonge
Debat IndirectdutchnlpublicupdatedRead in about 7 minutes instead of watching 218 minutes.
Opening en doelen van het verhoor
- De parlementaire enquêtecommissie opent het eerste openbare verhoor met Hugo de Jonge, voormalig minister van VWS, en licht toe dat deze week vooral gaat over vaccinaties en het coronatoegangsbewijs.
- De Jonge legt de eed af en wordt erop gewezen dat de commissie veel vragen heeft, mede omdat zijn naam in eerdere verhoren vaak is genoemd.
Algemene corona-aanpak
- De Jonge beschrijft de kern van de aanpak als het beschermen van kwetsbaren, het voorkomen van overbelasting van de zorg, zicht houden op het virus en later expliciet het ontzien van samenleving en economie.
- Hij verwerpt het idee dat het kabinet stuurde op ‘net geen code zwart’ en zegt dat beleid gericht was op het dempen van golven, niet op het opzoeken van maximale zorgcapaciteit.
- Volgens De Jonge was het beleid voortdurend een balans tussen zo veilig mogelijk en zo open mogelijk, waarbij maatregelen steeds maatschappelijke en economische kosten hadden.
Tweede golf en regionale aanpak
- De Jonge zegt dat het kabinet vóór de zomer van 2020 rekening hield met nieuwe golven, maar dat in communicatie sterk de hoop doorklonk om een tweede golf te voorkomen.
- Hij noemt de regionale aanpak achteraf geen adequate les voor Nederland, omdat het land te dichtbevolkt en onderling verbonden is om besmettingsgolven regionaal effectief te beheersen.
- De Jonge en minister Van Ark wilden naar eigen zeggen eerder nationale maatregelen nemen, maar de net ontworpen regionale aanpak en proportionaliteitsdiscussie maakten dat lastig.
Effecten op zorg en welzijn
- De Jonge benadrukt dat uitgestelde reguliere zorg een bekend en belangrijk gevolg was van de druk door coronapatiënten, en dat dit zwaar mee woog in besluiten.
- Hij erkent dat maatregelen mentale, sociale en maatschappelijke schade veroorzaakten, maar noemt veel contactbeperkende maatregelen bij een vergelijkbaar virus waarschijnlijk onvermijdelijk.
- Volgens De Jonge werd later in de crisis gezocht naar intelligentere en meer gebalanceerde maatregelen, zoals veilige bezoekmogelijkheden en het coronatoegangsbewijs.
Verpleeghuizen
- Het bezoekverbod in verpleeghuizen kwam volgens De Jonge voort uit dramatische signalen uit Brabant en Limburg en dringende oproepen van ActiZ en Verenso.
- Hij erkent dat kwaliteit van leven en sterven zwaar woog en dat er uitzonderingen waren voor bewoners in de laatste levensfase, maar dat het verbod zeer ingrijpend was.
- De Jonge noemt het intens verdrietig dat sommige mensen toch onnodig alleen zijn gestorven, ondanks communicatie over uitzonderingen.
- Striktere uitvoering in verpleeghuizen verklaart hij vooral uit angst voor besmetting, lokale beperkingen en de versnipperde langdurige zorg.
- Voor toekomstige crises ziet hij een mogelijke les in centralere crisisaansturing van zorginstellingen, al koppelt hij die les niet uitsluitend aan deze voorbeelden.
Beschermingsmiddelen
- De Jonge licht toe dat de verdeling van persoonlijke beschermingsmiddelen aanvankelijk ongelijk uitpakte, vooral ten nadele van verpleeghuizen.
- Een nieuw verdeelmodel moest uitgaan van de gevaarszetting in zorgsituaties, terwijl ook de inkoop via het Landelijk Consortium Hulpmiddelen werd gecentraliseerd.
- Volgens De Jonge was VWS vóór de pandemie niet ingericht op operationele inkoop van beschermingsmiddelen, testen en apparatuur, maar trok het departement in de crisis regie naar zich toe.
IGJ en desinformatie
- De commissie bevraagt De Jonge over zijn contact met de IGJ rond huisarts Elens en onbewezen behandelingen zoals hydroxychloroquine en ivermectine.
- De Jonge zegt dat hij de IGJ vroeg of zij zichtbaar optrad tegen misleidende medische informatie, omdat patiënten betrouwbare informatie moesten krijgen.
- Hij erkent dat hij later vooral bezorgd was over artsen die volgens hem de vaccinatiebereidheid ondermijnden, maar stelt dat de IGJ onafhankelijk bleef in haar oordeel.
- Volgens De Jonge was zijn rol niet het beoordelen van individuele gevallen, maar controleren of het stelsel van beroepsnormen en toezicht goed functioneerde.
Vaccinatiestrategie
- Het kabinet nam het advies van de Gezondheidsraad over om ouderen, kwetsbaren en zorgprofessionals rond hen als eerste te vaccineren.
- Economische departementen vroegen of alternatieve strategieën, zoals vaccinatie van vitale beroepen of actievere groepen, meer aandacht verdienden, maar dit leidde niet tot een groot kabinetsconflict.
- De Jonge hield vast aan de prioriteit voor kwetsbaren, ondanks druk om onder meer politie, onderwijs en andere beroepsgroepen voorrang te geven.
- Enkele kleine groepen, zoals mobiele eenheden, ambassadepersoneel en topsporters, kregen later toch voorrang omdat de aantallen beperkt waren en de kwetsbaarste groepen al grotendeels waren gevaccineerd.
Communicatie over vaccinatie
- De Jonge erkent dat zijn toon in 2021 scherper werd, vooral bij uitspraken als ‘wijk voor wijk, deur voor deur, arm voor arm’.
- Hij zegt dat hij bewust normerend communiceerde omdat vaccinatie volgens hem de verstandige keuze was en ziekenhuisopnames onder ongevaccineerden andere zorg verdrongen.
- De commissie vraagt of zulke uitspraken schuldgevoel of polarisatie konden veroorzaken; De Jonge houdt vol dat hij de harde werkelijkheid moest benoemen.
- Over bijwerkingen zegt De Jonge dat informatie volgens de standaardprocedures werd verstrekt en dat meldingen goed werden bijgehouden, al had communicatie altijd uitgebreider gekund.
- Hij erkent dat zijn toon anders had gekund, maar zegt niet te weten of een mildere toon meer effect had gehad op de vaccinatiebereidheid.
Vaccinatiegraad en plicht
- De Jonge noemt vaccinatie de weg uit de crisis omdat natuurlijke immuniteitsopbouw veel meer ziekte en sterfte zou hebben veroorzaakt.
- Hij zegt dat hoge streefcijfers voor vaccinatie ambitieus waren, maar dat uiteindelijk een zeer hoge vaccinatiegraad werd bereikt.
- Volgens De Jonge waren aannames over groepsimmuniteit afhankelijk van besmettelijkheid en vaccinatiewerking, maar maakten nieuwe varianten dit steeds minder haalbaar.
- Hij zegt dat hij tegen vaccinatieplicht bleef, maar later wel ontvankelijker werd voor coronatoegangsbewijzen en varianten als 2G op de werkvloer of in sectoren.
Coronatoegangsbewijs
- Het coronatoegangsbewijs werd volgens De Jonge ingevoerd om de samenleving weer te openen en een nieuwe balans te vinden tussen veiligheid en vrijheid.
- Hij noemt het CTB een risicoreductie-instrument, geen bestrijdingsmiddel, en zegt dat er vanuit het OMT aanvankelijk terughoudendheid was over de verwachtingen.
- De Jonge zegt dat het verhogen van de vaccinatiegraad geen formeel doel van het CTB was, maar wel een welkom neveneffect.
- De commissie confronteert hem met appberichten waarin hij enthousiast reageert op extra prikafspraken na de coronapas; De Jonge blijft dit uitleggen als ‘mooi meegenomen’.
- Bij 2G kwam het stimulerende effect richting vaccinatie volgens De Jonge pregnanter naar voren, maar bleef het hoofddoel volgens hem versoepelen waar dat anders niet verantwoord was.
Dansen met Janssen en versoepelingen
- De Jonge noemt de versoepelingen van juni 2021 achteraf een inschattingsfout: de stap leek epidemiologisch verantwoord, maar bleek veel te groot.
- Hij zegt dat ‘Dansen met Janssen’ geen doordachte communicatiestrategie was, maar een rijmende uitspraak die symbool werd voor een te snelle opening.
- Het op nul zetten van de wachttijd na vaccinatie noemt De Jonge achteraf onverstandig en onvoldoende onderbouwd, mede doordat dit ook voor andere vaccins gold.
- Over fieldlabs zegt hij dat het kabinet te veel uitging van ideale omstandigheden en dat waarschuwingen over de praktische werkelijkheid achteraf terecht waren.
2G en lockdownalternatieven
- De Jonge was aanvankelijk kritisch op 2G en noemde het in appverkeer een vorm van indirecte vaccinatieplicht, maar zegt later in zijn denken te zijn opgeschoven.
- In november 2021 presenteerde het kabinet 2G als alternatief voor vaker terugkerende lockdowns; De Jonge noemt dat nog steeds een eerlijke weergave van de dilemma’s.
- De commissie wijst op alternatieven zoals mondkapjes, afstandsnormen en reisbeperkingen; De Jonge zegt dat die ook vrijheidsbeperkend waren en mogelijk onvoldoende effect hadden.
- Hij baseerde de effectiviteit van 2G onder meer op modellering van TU Delft en TNO, maar erkent dat zulke studies beperkingen hadden en geen garanties boden.
- Volgens De Jonge moest gevaccineerden niet eindeloos dezelfde beperkingen worden opgelegd vanwege een kleinere groep ongevaccineerden.
Najaarsaanpak en omikronlockdown
- De najaarsaanpak van september 2021 ging uit van later en minder hard ingrijpen, omdat besmettingscijfers door vaccinatie minder direct samenhingen met ziekenhuisopnames.
- De Jonge zegt dat hij eind 2021 bezorgd was over de snelle opkomst van omikron en daarom eerder en harder wilde ingrijpen.
- Hij verdedigt de omikronlockdown als voorzorgsmaatregel: achteraf bleek de variant minder ziekmakend, maar op dat moment was het risico op zorgoverbelasting reëel.
- Het verhoor eindigt met de mededeling dat De Jonge na de zomer opnieuw als getuige wordt gehoord en dat het volgende openbare verhoor op 24 augustus 2026 plaatsvindt.