Open YouTube

Configure Azure App Service | AZ-104 | Episode 23

Microsoft Learndutchenpublicupdated

Read in about 3 minutes instead of watching 23 minutes.

Inleiding tot App Services

  1. Azure App Services zijn PaaS-onderdelen waarin applicaties worden gedeployed, meestal bovenop een App Service Plan dat resources levert.
  2. App Service Plans en App Services bieden ondersteuning voor Windows- en Linux-runtimeomgevingen zonder dat je het volledige besturingssysteem hoeft te beheren.
  3. Deze aanpak is vooral geschikt voor moderne, containerachtige microserviceapplicaties.

Structuur en typen apps

  1. Een App Service Plan fungeert als bovenliggende resourcecontainer; App Services draaien daarbinnen op onderliggende besturingssystemen.
  2. App Services ondersteunen verschillende app-typen, zoals mobile apps, function apps, logic apps en web apps.
  3. Functies zoals identity zijn ingebouwd in de App Service en hoeven niet volledig zelf geprogrammeerd te worden.
  4. Beschikbare lokale opslag is beperkt en vluchtig; duurzame opslag moet via bijvoorbeeld Blob Storage of file shares worden gekoppeld.

Runtimeversies en compatibiliteit

  1. Azure ondersteunt vooral actuele runtimeversies, maar oudere applicaties kunnen alsnog werken als ze geen verwijderde of brekende functies gebruiken.
  2. Bij het uitfaseren van runtimeversies wordt doorgaans maanden of jaren vooraf gewaarschuwd, zodat organisaties kunnen testen en aanpassen.

Configuratie van een App Service

  1. Bij het maken van een App Service kies je onder meer een wereldwijd unieke naam, runtime stack en regio.
  2. De App Service-naam wordt onderdeel van een publieke azurewebsites.net-URL, maar je kunt met DNS en CNAME een herkenbare eigen naam gebruiken.

Deployment slots

  1. Deployment slots zijn beschikbaar afhankelijk van het App Service Plan: gratis, shared en basic hebben geen slots; standard heeft vijf en premium twintig.
  2. Slots ondersteunen omgevingen zoals dev, test, QA, staging en productie, wat helpt bij moderne release- en testprocessen.
  3. Met slot swapping kun je voorverwarmde code snel naar productie wisselen en bij problemen snel terugwisselen.
  4. Deployment slots kunnen omgevingsvariabelen, connection strings, credentials en identities beheren tijdens CI/CD-processen.

Identity, domeinen en back-ups

  1. App Services kunnen integreren met Microsoft Entra ID en externe identity providers voor authenticatie van apps en gebruikers.
  2. App Services ondersteunen aangepaste domeinnamen naast de standaard Azure-URL.
  3. Ingebouwde back-ups bestaan, maar vervangen geen organisatiebrede back-upstrategie; er gelden ook beperkingen zoals app-data limieten.

Schalen van App Service Plans

  1. Scale up en scale down wijzigen het plan zelf, bijvoorbeeld voor meer resources of extra functies zoals deployment slots.
  2. Scale out en scale in maken meer of minder instanties van het App Service Plan.
  3. Autoscaling kan handmatig, automatisch of op regels gebaseerd worden ingericht met voorwaarden op basis van metrics.
  4. Een voorbeeldregel schaalt uit bij gemiddeld minimaal 70 procent belasting en schaalt in bij maximaal 50 procent.
  5. Regels kunnen ook verschillen per dag van de week of specifieke datums, zoals Black Friday.

Demo van slots wisselen

  1. De demo toont een productie-slot met een standaard webapp en een staging-slot met een andere Hello World-app.
  2. Een staging-slot kan een percentage verkeer krijgen voor blue-green, A/B- of canary-testing.
  3. Na het swappen verschijnt de staging-code op de productie-URL, terwijl de eerdere productiecode naar staging verhuist.
  4. Bij problemen kan dezelfde swap snel worden teruggedraaid.

Resourceplanning

  1. Meerdere App Services kunnen resources delen binnen hetzelfde App Service Plan, maar dit kan leiden tot overprovisioning of resource starvation.
  2. Als één app alle resources gebruikt, schaalt het hele App Service Plan, inclusief andere apps die daarin draaien.
  3. Vaak is het verstandig om het App Service Plan goed te laten aansluiten op de app die erin draait, behalve wanneer apps bewust samen moeten worden gedeployed.

Afronding

  1. App Service Plans leveren resources en functies; App Services leveren runtimeomgevingen en features voor applicaties.
  2. App Services kunnen monolithische applicaties draaien, maar zijn vooral ideaal voor microservice-deployments.

Actiepunten

  1. Onderzoek en test of een oudere applicatie werkt op een ondersteunde actuele runtimeversie voordat je aanneemt dat migratie onmogelijk is.
  2. Gebruik naast ingebouwde App Service-back-ups ook een eigen back-upstrategie volgens het proces van de organisatie.
  3. Upgrade het App Service Plan als je meer deployment slots nodig hebt dan het huidige plan ondersteunt.
  4. Bekijk andere video’s in de cursus of Microsoft Learn om verder te leren.