Configure Azure App Service plans | AZ-104 | Episode 22
Microsoft LearndutchenpublicupdatedRead in about 3 minutes instead of watching 31 minutes.
Inleiding en kernbegrippen
- App Service Plans en App Services horen bij platform-as-a-service en kunnen organisaties helpen infrastructuurbeheer te verminderen.
- Een App Service Plan is het bovenliggende object; App Services zijn afzonderlijke onderliggende resources binnen dat plan.
- App Services delen de resources, prestaties, prijs en functies die door het App Service Plan worden bepaald.
PaaS-infrastructuur
- Microsoft bouwt, beveiligt, patcht en onderhoudt de onderliggende Windows- en Linux-infrastructuur, zodat organisaties zich kunnen richten op applicaties en data.
- Een applicatie gebruikt een toegewezen deel van de resources, zoals CPU en geheugen, binnen een beschermd geheugenbereik.
- App Service Plans kunnen gedeelde of toegewezen capaciteit gebruiken, waarbij Microsoft garandeert dat toegewezen resources niet worden ondergeleverd.
Prijsplannen en functies
- De gekozen prijscategorie bepaalt beschikbare functies zoals autoscaling en deployment slots.
- Free, Shared en Basic ondersteunen geen deployment slots; Standard ondersteunt tot vijf slots en Premium en Isolated ondersteunen tot twintig.
- Autoscaling is niet beschikbaar in Free, Shared en Basic, maar wel in Standard, Premium en Isolated.
- Deployment slots en staging slots verwijzen naar dezelfde functie, ook al gebruikt de portal soms de term staging slots.
Schalen
- Scale up en scale down wijzigen de hoeveelheid CPU of geheugen; scale out en scale in wijzigen het aantal instanties.
- Autoscaling werkt met regels en voorwaarden op basis van metrics zoals CPU, netwerk, schijfgebruik of applicatiemetrics.
- Microsoft raadt minimaal één regel voor scale out en één regel voor scale in aan, zodat capaciteit ook weer kan afnemen.
- Bij meerdere schaalvoorwaarden kiest Azure de uitkomst die het grootste aantal benodigde resources oplevert.
Schaalvoorwaarden en cooldown
- Elke schaalvoorwaarde heeft een minimum, maximum en standaardwaarde voor het aantal instanties.
- Cooldown voorkomt dat een omgeving direct na een schaalactie opnieuw schaalt voordat de belasting is gestabiliseerd.
- Schaaldrempels moeten zorgvuldig worden gekozen om racecondities te vermijden waarbij scale in meteen weer scale out veroorzaakt.
- App Service Plans kunnen sneller opschalen dan virtuele machines, omdat de onderliggende infrastructuur al vooraf is gebouwd.
Portalconfiguratie
- Een App Service Plan kan vooraf worden gemaakt of tijdens het maken van een App Service worden aangemaakt.
- Bij het maken van een plan kies je onder meer subscription, resource group, naam, regio, besturingssysteem en prijscategorie.
- Prijsplannen tonen resources zoals vCPU's, geheugen, opslag en schaalmogelijkheden, plus functies zoals backups, autoscaling en slots.
- Een App Service heeft een wereldwijd unieke naam nodig en draait binnen een App Service Plan.
Runtime en regio
- App Services ondersteunen gangbare runtimes zoals .NET, ASP.NET, Java, Node, PHP en Python, maar alleen in momenteel ondersteunde versies.
- Niet elke runtime draait op elk besturingssysteem; ASP.NET vereist bijvoorbeeld een Windows App Service Plan.
- App Service Plans zijn regionaal: apps in een regio hebben een plan in diezelfde regio nodig.
Afronding
- App Service Plans verminderen de noodzaak om besturingssystemen zelf te bouwen, beveiligen, patchen en onderhouden.
- De volgende onderwerpen gaan verder in op App Services en deployment slots.
Actiepunten
- Haal de vereisten voor runtime en besturingssysteem op bij de applicatieontwikkelaars voordat je het App Service Plan kiest.
- Bekijk andere video's in de cursus of ga verder met Microsoft Learn om door te leren.