Open YouTube

Configure Azure Resources with the Azure Portal, PowerShell, and the CLI | AZ-104 | Episode 7

Microsoft Learndutchenpublicupdated

Read in about 3 minutes instead of watching 23 minutes.

Overzicht van beheermethoden

  1. Azure-resources kunnen op meerdere manieren worden beheerd: via de portal, CLI, PowerShell, SDK's en templategebaseerde implementaties.
  2. De Azure Resource Manager-laag is het centrale toegangspunt voor resources en resourceproviders in Azure.
  3. De portal is nuttig voor demonstraties, maar verandert vaak; commandline- en templategebaseerde methoden zijn stabieler en beter aanbevolen.

ARM-templates en Infrastructure as Code

  1. Azure-infrastructuur wordt uiteindelijk als JSON weergegeven, wat de basis vormt voor ARM-templates en beleidsbeheer.
  2. ARM-templates maken consistente, herhaalbare en schaalbare implementaties mogelijk via Infrastructure as Code.
  3. Templates kunnen helpen om infrastructuur snel opnieuw op te bouwen, naast normale back-up- en herstelprocessen voor data.
  4. Een ARM-template bevat onderdelen zoals schema, parameters, variabelen, functies, resources en outputs.
  5. Parameters maken het mogelijk dezelfde template te gebruiken voor bijvoorbeeld test-, ontwikkel- en productieomgevingen.

Bicep en Copilot

  1. Bicep is een modernere en compactere taal voor Azure-implementaties dan JSON ARM-templates.
  2. Bicep-bestanden zijn doorgaans eenvoudiger te lezen en ongeveer 30 procent kleiner dan vergelijkbare JSON-templates.
  3. Copilot kan helpen bestaande Microsoft-templates te begrijpen, aan te passen en eventueel om te zetten naar Bicep.
  4. De spreker raadt aan bestaande templates als basis te gebruiken in plaats van alles vanaf nul te schrijven.

Demonstratie met disks

  1. De demonstratie maakt vijf Azure-disks aan met verschillende methoden: portal, template-implementatie, PowerShell, CLI en Bicep.
  2. Eerst wordt een disk grafisch aangemaakt in de Azure-portal, met een resourcegroep, regio, naam en aangepaste grootte van 32 GB.
  3. Daarna worden de template- en parameterbestanden geëxporteerd vanuit de aangemaakte disk.
  4. De geëxporteerde template wordt aangepast en opnieuw geïmplementeerd om een tweede disk te maken.
  5. Cloud Shell wordt gebruikt om bestanden te uploaden en dezelfde template via PowerShell uit te voeren voor een derde disk.
  6. Vervolgens wordt dezelfde aanpak via Bash/CLI gebruikt om een vierde disk aan te maken.
  7. Tot slot wordt een Bicep-bestand aangepast en geïmplementeerd om een vijfde disk met een andere diskstijl te maken.

Quickstart-templatebibliotheek

  1. De Azure Quickstart Template Library bevat meer dan 1200 Microsoft-templates die als startpunt kunnen dienen voor implementaties.
  2. Templates kunnen worden gezocht per scenario, zoals een N-tier- of drielaagse architectuur.
  3. Microsoft-templates worden aanbevolen als startpunt omdat ze door Microsoft zijn gemaakt en gevalideerd.
  4. Copilot kan onderdelen uit meerdere templates combineren, zoals disks of Cosmos DB-configuratie, en deze omzetten naar Bicep.

Samenvatting van de module

  1. De module behandelde beheer van Azure-resources via de portal, geëxporteerde JSON-templates, template-implementaties, CLI, PowerShell en Bicep.
  2. Alles wat via de portal of andere methoden wordt aangemaakt, wordt in Azure uiteindelijk als JSON-resourcebeschrijving weergegeven.
  3. CLI, Bash en PowerShell bieden commandline-opties om aangepaste templatebestanden te implementeren.
  4. Bicep werd gepresenteerd als de moderne methode voor Infrastructure as Code in Azure.

Actiepunten

  1. Gebruik commandline- of templategebaseerde implementaties in plaats van uitsluitend de Azure-portal voor stabieler resourcebeheer.
  2. Gebruik Copilot om bestaande Microsoft Quickstart-templates te begrijpen, aan te passen of om te zetten naar Bicep.
  3. Bekijk Bicep als moderne methode om Azure-resources te implementeren.
  4. Zoek in de Azure Quickstart Template Library naar Microsoft-templates die als basis voor eigen implementaties kunnen dienen.
  5. Kijk voor vervolgleren naar andere video's in de cursus of naar Microsoft Learn.