Configure Azure Resources with the Azure Portal, PowerShell, and the CLI | AZ-104 | Episode 7
Microsoft LearndutchenpublicupdatedRead in about 3 minutes instead of watching 23 minutes.
Overzicht van beheermethoden
- Azure-resources kunnen op meerdere manieren worden beheerd: via de portal, CLI, PowerShell, SDK's en templategebaseerde implementaties.
- De Azure Resource Manager-laag is het centrale toegangspunt voor resources en resourceproviders in Azure.
- De portal is nuttig voor demonstraties, maar verandert vaak; commandline- en templategebaseerde methoden zijn stabieler en beter aanbevolen.
ARM-templates en Infrastructure as Code
- Azure-infrastructuur wordt uiteindelijk als JSON weergegeven, wat de basis vormt voor ARM-templates en beleidsbeheer.
- ARM-templates maken consistente, herhaalbare en schaalbare implementaties mogelijk via Infrastructure as Code.
- Templates kunnen helpen om infrastructuur snel opnieuw op te bouwen, naast normale back-up- en herstelprocessen voor data.
- Een ARM-template bevat onderdelen zoals schema, parameters, variabelen, functies, resources en outputs.
- Parameters maken het mogelijk dezelfde template te gebruiken voor bijvoorbeeld test-, ontwikkel- en productieomgevingen.
Bicep en Copilot
- Bicep is een modernere en compactere taal voor Azure-implementaties dan JSON ARM-templates.
- Bicep-bestanden zijn doorgaans eenvoudiger te lezen en ongeveer 30 procent kleiner dan vergelijkbare JSON-templates.
- Copilot kan helpen bestaande Microsoft-templates te begrijpen, aan te passen en eventueel om te zetten naar Bicep.
- De spreker raadt aan bestaande templates als basis te gebruiken in plaats van alles vanaf nul te schrijven.
Demonstratie met disks
- De demonstratie maakt vijf Azure-disks aan met verschillende methoden: portal, template-implementatie, PowerShell, CLI en Bicep.
- Eerst wordt een disk grafisch aangemaakt in de Azure-portal, met een resourcegroep, regio, naam en aangepaste grootte van 32 GB.
- Daarna worden de template- en parameterbestanden geëxporteerd vanuit de aangemaakte disk.
- De geëxporteerde template wordt aangepast en opnieuw geïmplementeerd om een tweede disk te maken.
- Cloud Shell wordt gebruikt om bestanden te uploaden en dezelfde template via PowerShell uit te voeren voor een derde disk.
- Vervolgens wordt dezelfde aanpak via Bash/CLI gebruikt om een vierde disk aan te maken.
- Tot slot wordt een Bicep-bestand aangepast en geïmplementeerd om een vijfde disk met een andere diskstijl te maken.
Quickstart-templatebibliotheek
- De Azure Quickstart Template Library bevat meer dan 1200 Microsoft-templates die als startpunt kunnen dienen voor implementaties.
- Templates kunnen worden gezocht per scenario, zoals een N-tier- of drielaagse architectuur.
- Microsoft-templates worden aanbevolen als startpunt omdat ze door Microsoft zijn gemaakt en gevalideerd.
- Copilot kan onderdelen uit meerdere templates combineren, zoals disks of Cosmos DB-configuratie, en deze omzetten naar Bicep.
Samenvatting van de module
- De module behandelde beheer van Azure-resources via de portal, geëxporteerde JSON-templates, template-implementaties, CLI, PowerShell en Bicep.
- Alles wat via de portal of andere methoden wordt aangemaakt, wordt in Azure uiteindelijk als JSON-resourcebeschrijving weergegeven.
- CLI, Bash en PowerShell bieden commandline-opties om aangepaste templatebestanden te implementeren.
- Bicep werd gepresenteerd als de moderne methode voor Infrastructure as Code in Azure.
Actiepunten
- Gebruik commandline- of templategebaseerde implementaties in plaats van uitsluitend de Azure-portal voor stabieler resourcebeheer.
- Gebruik Copilot om bestaande Microsoft Quickstart-templates te begrijpen, aan te passen of om te zetten naar Bicep.
- Bekijk Bicep als moderne methode om Azure-resources te implementeren.
- Zoek in de Azure Quickstart Template Library naar Microsoft-templates die als basis voor eigen implementaties kunnen dienen.
- Kijk voor vervolgleren naar andere video's in de cursus of naar Microsoft Learn.