Open YouTube

Configure virtual networks | AZ-104 | Episode 8

Microsoft Learndutchenpublicupdated

Read in about 3 minutes instead of watching 24 minutes.

Introductie tot Azure-netwerken

  1. Netwerken is fundamenteel voor Azure-beheer; kennis van publieke en private IP-adressen is essentieel.
  2. De module behandelt IPv4-adresruimten, VNets en subnets binnen Azure.
  3. Azure gebruikt softwaregedefinieerde netwerken in plaats van fysieke netwerkcomponenten zoals kabels en netwerkkaarten.

VNet en subnets

  1. Een VNet is de basisnetwerkeenheid in Azure en bevat een adresruimte, bijvoorbeeld 10.2.0.0/16.
  2. Binnen een VNet kun je een of meer subnets maken, elk met een deel van de VNet-adresruimte.
  3. Een voorbeeldarchitectuur gebruikt aparte subnets voor frontend, business tier en backend.
  4. Subnets krijgen een naam en een eigen adresruimte, zoals 10.2.1.0/24, 10.2.2.0/24 en 10.2.3.0/24.

Gereserveerde adressen

  1. In TCP/IP zijn het eerste en laatste adres van een subnet niet beschikbaar.
  2. Azure reserveert daarnaast de eerste drie beschikbare adressen voor de standaardgateway en DNS-functies.
  3. Bij een /24-subnet blijven daardoor 251 bruikbare adressen over.
  4. Het eerste toewijsbare adres in het voorbeeldsubnet is 10.2.1.4.

Routering en communicatie

  1. Subnets binnen hetzelfde VNet kunnen standaard automatisch met elkaar communiceren.
  2. Azure maakt standaard systeemroutes aan, zodat je zelf geen routers of routetabellen hoeft te bouwen voor interne VNet-communicatie.
  3. Voor toegang vanaf internet is een gateway of publiek IP-adres nodig.

Adresplanning

  1. Direct communicerende netwerken mogen geen overlappende IP-adresruimten hebben.
  2. Azure kiest standaard een beschikbare private adresruimte, maar je kunt die overschrijven.
  3. Gebruik zo klein mogelijke VNet-adresbereiken om verspilling te voorkomen en groei mogelijk te houden.
  4. Beheer IP-adressen niet binnen de virtuele machine zelf, maar via de softwaregedefinieerde netwerklaag van Azure.

Publieke en private IP-adressen

  1. Private IPv4-bereiken blijven beschikbaar: 10.0.0.0/8, 172.16.0.0/12 en 192.168.0.0/16.
  2. Publieke IP-adressen komen normaal uit regionale Azure-pools en kunnen dynamisch of statisch worden toegewezen.
  3. Je kunt eigen publieke IP-adressen naar Azure brengen als je eigendom van een volledige Class C-licentie kunt aantonen.
  4. Gebruik publieke IP-adressen vooral voor publieke ingress en egress, bijvoorbeeld bij firewalls of application gateways.

Portaaldemonstratie

  1. De demonstratie toont het maken van een virtueel netwerk in de Azure Portal met een subscription, resource group, naam en regio.
  2. Een VNet is regionaal en kan niet over meerdere regio's heen spannen.
  3. De spreker maakt een VNet met drie subnets: frontend, business tier en backend.
  4. De portal toont waarschuwingen wanneer de gekozen adresruimte overlapt met een andere VNet-adresruimte.
  5. De subnetweergave toont de drie subnets en het aantal beschikbare adressen per subnet.

Afronding

  1. Azure-netwerken volgen dezelfde TCP/IP-principes als on-premises netwerken, maar met Azure-termen zoals VNet en subnet.
  2. Een VNet definieert een adresruimte met CIDR-notatie en wordt opgesplitst in een of meer subnets.

Actiepunten

  1. Zorg dat adresruimten van netwerken die direct met elkaar communiceren niet overlappen.
  2. Beheer IP-adressen via de Azure-netwerkconfiguratie en niet binnen de virtuele machine zelf.
  3. Bekijk andere video's in de cursus of leer verder via Microsoft Learn.