Configure virtual networks | AZ-104 | Episode 8
Microsoft LearndutchenpublicupdatedRead in about 3 minutes instead of watching 24 minutes.
Introductie tot Azure-netwerken
- Netwerken is fundamenteel voor Azure-beheer; kennis van publieke en private IP-adressen is essentieel.
- De module behandelt IPv4-adresruimten, VNets en subnets binnen Azure.
- Azure gebruikt softwaregedefinieerde netwerken in plaats van fysieke netwerkcomponenten zoals kabels en netwerkkaarten.
VNet en subnets
- Een VNet is de basisnetwerkeenheid in Azure en bevat een adresruimte, bijvoorbeeld 10.2.0.0/16.
- Binnen een VNet kun je een of meer subnets maken, elk met een deel van de VNet-adresruimte.
- Een voorbeeldarchitectuur gebruikt aparte subnets voor frontend, business tier en backend.
- Subnets krijgen een naam en een eigen adresruimte, zoals 10.2.1.0/24, 10.2.2.0/24 en 10.2.3.0/24.
Gereserveerde adressen
- In TCP/IP zijn het eerste en laatste adres van een subnet niet beschikbaar.
- Azure reserveert daarnaast de eerste drie beschikbare adressen voor de standaardgateway en DNS-functies.
- Bij een /24-subnet blijven daardoor 251 bruikbare adressen over.
- Het eerste toewijsbare adres in het voorbeeldsubnet is 10.2.1.4.
Routering en communicatie
- Subnets binnen hetzelfde VNet kunnen standaard automatisch met elkaar communiceren.
- Azure maakt standaard systeemroutes aan, zodat je zelf geen routers of routetabellen hoeft te bouwen voor interne VNet-communicatie.
- Voor toegang vanaf internet is een gateway of publiek IP-adres nodig.
Adresplanning
- Direct communicerende netwerken mogen geen overlappende IP-adresruimten hebben.
- Azure kiest standaard een beschikbare private adresruimte, maar je kunt die overschrijven.
- Gebruik zo klein mogelijke VNet-adresbereiken om verspilling te voorkomen en groei mogelijk te houden.
- Beheer IP-adressen niet binnen de virtuele machine zelf, maar via de softwaregedefinieerde netwerklaag van Azure.
Publieke en private IP-adressen
- Private IPv4-bereiken blijven beschikbaar: 10.0.0.0/8, 172.16.0.0/12 en 192.168.0.0/16.
- Publieke IP-adressen komen normaal uit regionale Azure-pools en kunnen dynamisch of statisch worden toegewezen.
- Je kunt eigen publieke IP-adressen naar Azure brengen als je eigendom van een volledige Class C-licentie kunt aantonen.
- Gebruik publieke IP-adressen vooral voor publieke ingress en egress, bijvoorbeeld bij firewalls of application gateways.
Portaaldemonstratie
- De demonstratie toont het maken van een virtueel netwerk in de Azure Portal met een subscription, resource group, naam en regio.
- Een VNet is regionaal en kan niet over meerdere regio's heen spannen.
- De spreker maakt een VNet met drie subnets: frontend, business tier en backend.
- De portal toont waarschuwingen wanneer de gekozen adresruimte overlapt met een andere VNet-adresruimte.
- De subnetweergave toont de drie subnets en het aantal beschikbare adressen per subnet.
Afronding
- Azure-netwerken volgen dezelfde TCP/IP-principes als on-premises netwerken, maar met Azure-termen zoals VNet en subnet.
- Een VNet definieert een adresruimte met CIDR-notatie en wordt opgesplitst in een of meer subnets.
Actiepunten
- Zorg dat adresruimten van netwerken die direct met elkaar communiceren niet overlappen.
- Beheer IP-adressen via de Azure-netwerkconfiguratie en niet binnen de virtuele machine zelf.
- Bekijk andere video's in de cursus of leer verder via Microsoft Learn.