Open YouTube

Describe the core architectural components of Azure | AZ-104 | Episode 4

Microsoft Learndutchenpublicupdated

Read in about 3 minutes instead of watching 40 minutes.

Introductie en hiërarchie

  1. De module introduceert de Azure-architectuur en compliance als basis voor later Azure Resource Management en Identity Management.
  2. Azure wordt uitgelegd als een hiërarchisch model met cloudtype, geografie, tenant en governancevlak voor machtigingen, beleid en naleving.

Typen Azure-clouds

  1. Public Azure is de standaardomgeving voor de meeste organisaties en bevat de nieuwste algemeen beschikbare Azure-functies.
  2. Sovereign clouds zijn aparte Azure-installaties voor specifieke compliance-eisen, zoals de Amerikaanse overheid, Duitsland en China, maar functies kunnen later beschikbaar komen dan in Public Azure.
  3. Azure Stack Hub maakt het mogelijk Azure-services lokaal of tijdelijk losgekoppeld te draaien, bijvoorbeeld op locaties met beperkte internetverbinding.

Geografieën, tenants en regio’s

  1. Een Microsoft Entra ID-tenant wordt in een geografie geplaatst, wat belangrijk kan zijn voor regelgeving zoals GDPR, HIPAA of andere datavereisten.
  2. Microsoft raadt meestal aan met één tenant te beginnen en alleen extra tenants toe te voegen wanneer eisen dat noodzakelijk maken.
  3. Public Azure bestaat uit veel wereldwijde regio’s waarin resources kunnen worden uitgerold, terwijl één tenant resources wereldwijd kan beheren.

Governance en beheer

  1. De tenant vormt het hoogste niveau van het governancevlak, waar machtigingen, policies en tags kunnen doorwerken naar onderliggende objecten.
  2. RBAC gebruikt geauthenticeerde identiteiten uit Entra ID om toegang tot Azure-resources te autoriseren.
  3. Azure Lighthouse kan helpen bij centraal beheer over meerdere tenants heen, vooral voor RBAC, tagging en policies.

Managementgroepen en abonnementen

  1. Managementgroepen bieden een organisatorische structuur binnen een tenant, met een tenant root management group en maximaal 10.000 managementgroepen tot zeven lagen diep.
  2. Managementgroepen kunnen worden ingericht rond bijvoorbeeld productie, test, regio’s, afdelingen of bedrijfsdivisies.
  3. Subscriptions zijn primair een billingconstruct en kunnen aan managementgroepen worden gekoppeld, waarna onderliggende objecten toegang tot die billingcontext erven.
  4. Azure ondersteunt verschillende abonnementsvormen, zoals gratis accounts, pay-as-you-go, enterprise agreements en Cloud Solution Provider-abonnementen.

Regio’s, datacenters en beschikbaarheid

  1. Een Azure-regio bestaat uit meerdere datacenters; elk datacenter en de onderliggende scale units kunnen als fault domains worden gezien.
  2. Availability zones verdelen resources over meerdere datacenters binnen een regio om uitval van één datacenter beter op te vangen.
  3. Zone-redundantie biedt extra beschikbaarheid, maar kan latency introduceren; binnen een regio wordt minder dan of gelijk aan twee milliseconden genoemd.
  4. Region pairs bieden door Microsoft beheerde replicatie en failover tussen gekoppelde regio’s binnen dezelfde geografie, onder meer voor datasoevereiniteit.

Resourcegroepen en levenscyclus

  1. Resourcegroepen bundelen Azure-resources onder subscriptions en erven bepaalde instellingen vanuit de bovenliggende structuur.
  2. Microsoft raadt aan resources vooral te groeperen op basis van een gemeenschappelijke levenscyclus: samen aangemaakt, beheerd, bijgewerkt en verwijderd.
  3. Resourcegroepen kunnen ook per regio, applicatielaag of gedeelde backend worden ontworpen wanneer resources verschillende levenscycli hebben.

Tags, locks en kostenbeheer

  1. Tags zijn naam-waardeparen voor resources, resourcegroepen of subscriptions en kunnen helpen bij kostenverdeling, eigenaarschap en rapportage.
  2. Een object kan maximaal 50 tags hebben; consistente naamgevingsconventies zijn belangrijk om dubbele of verwarrende tags te voorkomen.
  3. Locks en policies worden vaak samen met tags gebruikt om beheer, naleving en bescherming tegen wijziging of verwijdering te ondersteunen.
  4. Kosten kunnen bijna realtime worden geanalyseerd tot op resource- of resourcegroepniveau, met een vertraging van ongeveer vijf tot vijftien minuten.
  5. In de demo wordt getoond dat permissions en locks worden geërfd, maar tags niet.

Samenvatting

  1. De module behandelt de kerncomponenten van Azure-architectuur: Azure-cloudtypen, regio’s, region pairs, tenants, managementgroepen, subscriptions, resourcegroepen, tags, locks en overerving.
  2. De aanbevolen ontwerpprincipes zijn: gebruik managementgroepen voor organisatie, subscriptions voor billing, resourcegroepen voor gedeelde levenscyclus en tags voor kosten- en beheerinformatie.

Actiepunten

  1. Bekijk andere video’s in de cursus om verder te leren.
  2. Verken aanvullende leerinhoud op Microsoft Learn.