Open YouTube

Introduction to Azure Load Balancer | AZ-104 | Episode 13

Microsoft Learndutchenpublicupdated

Read in about 3 minutes instead of watching 17 minutes.

Doel van load balancers

  1. Een load balancer verhoogt beschikbaarheid, fouttolerantie en prestaties door verkeer over meerdere services of machines te verdelen in plaats van afhankelijk te zijn van een enkel eindpunt.
  2. De les richt zich op traditionele Azure Load Balancers, inclusief typen, SKU-keuzes en een demonstratie in Azure.

Azure-opties voor load balancing

  1. Azure Load Balancer is een regionale resource en werkt als een traditionele layer 4-load balancer.
  2. Application Gateway is een layer 7-load balancer met extra functies en wordt in een andere opname behandeld.
  3. Front Door en Traffic Manager zijn globale routeringsservices voor verkeer naar de dichtstbijzijnde of meest beschikbare resource wereldwijd.

Publiek versus intern

  1. Azure Load Balancer kent twee hoofdtypen: public load balancer en internal load balancer.
  2. Het belangrijkste verschil zit in het frontend-IP-adres: publiek voor internetgerichte toegang of privé voor intern netwerkverkeer.
  3. De werking achter de load balancer, zoals regels, probes, routering en backend-pools, is vrijwel hetzelfde voor publieke en interne varianten.
  4. Bij een publieke load balancer wordt aanbevolen om beveiliging, zoals een firewall, voor het publieke IP-adres te plaatsen.

Frontend, backend en schaalbaarheid

  1. Een load balancer heeft een frontend-entrypoint en een backend-pool waar verkeer naartoe wordt verdeeld.
  2. Backend-pools kunnen bestaan uit dynamisch schaalbare resources, zoals virtual machine scale sets, die op basis van vraag kunnen uitbreiden of krimpen.
  3. Load balancers ondersteunen hoge beschikbaarheid door workloads te verplaatsen wanneer een backend-node faalt.

SKU's en configuratie

  1. De beschikbare keuzes zijn vereenvoudigd naar onder andere Standard of Gateway, plus de keuze tussen public en internal.
  2. Bij het aanmaken configureer je onder meer frontend-IP, backend-pool, inbound- en outbound-regels en eventueel NAT-regels.
  3. Load balancing-regels gebruiken kenmerken zoals source IP, source port, destination IP, destination port, protocol en sessiepersistentie via een five-tuple hash.
  4. Health probes of heartbeat-instellingen bepalen hoe vaak Azure controleert of backend-apparaten nog beschikbaar zijn en wanneer ze uit de pool worden gehaald.

Demonstratie in Azure

  1. De marketplace bevat veel load balancer-producten van derde partijen, nuttig voor organisaties met bestaande tooling, licenties en beheerprocessen.
  2. De demonstratie toont het aanmaken van een Azure Load Balancer, het kiezen van een resource group, SKU en public of internal type.
  3. Voor een interne load balancer wordt een virtual network en subnet gekozen in plaats van een publiek IP-adres.
  4. Na deployment verschijnt de load balancer als verbonden apparaat in het gekozen subnet met een intern IP-adres.

Aanbeveling en samenvatting

  1. De spreker raadt Azure Load Balancer aan omdat het een cloud-native service is die dynamisch schaalt met de vraag.
  2. Derdepartij-load balancers kunnen passen bij bestaande modellen, maar hebben vaak beperkingen zoals poorten, geheugen of throughput.
  3. Azure Load Balancer ondersteunt publieke en interne configuraties met dezelfde kernwerking, waarbij vooral het frontend-gedeelte verschilt.

Actiepunten

  1. Bekijk Traffic Manager en Front Door als globale routeringsopties buiten deze specifieke load balancer-les.
  2. Bekijk andere video's in de cursus of verken Microsoft Learn om verder te leren.