Manage and control traffic flow in your Azure deployment with routes | AZ-104 | Episode 12
Microsoft LearndutchenpublicupdatedRead in about 2 minutes instead of watching 23 minutes.
Introductie en doelen
- De sessie behandelt routering van Azure-netwerkverkeer, systeemgedefinieerde routes, user-defined routes en endpoints.
- UDR's worden gebruikt om verkeer door subnets, VNets en WAN-routes gericht te sturen.
- Service endpoints en private endpoints verbeteren prestaties en beveiliging bij toegang tot Azure-resources.
Standaardroutes en UDR's
- Azure gebruikt standaard systeemgedefinieerde routes om verkeer binnen bekende netwerkomgevingen te routeren.
- User-defined routes kunnen standaardroutes aanvullen of overschrijven wanneer je specifiek verkeer anders wilt laten lopen.
- In een hub-and-spoke-ontwerp kunnen UDR's verkeer via een network virtual appliance in de hub sturen, bijvoorbeeld tussen spokes die niet direct met elkaar praten.
Service endpoints
- Een service endpoint verbindt een subnet of VNet met een Azure-service via de Azure-backbone in plaats van via het openbare internet.
- Bij service endpoints verbind je met de Azure-service of resource provider, zoals Azure Storage, en niet met één specifieke instantie.
- Toegang blijft afhankelijk van machtigingen, maar kan gelden voor meerdere storage accounts binnen dezelfde Azure-service.
- Service endpoints worden op subnetniveau ingesteld en zijn geschikt wanneer meerdere resources van hetzelfde servicetype bereikbaar moeten zijn.
Private endpoints
- Een private endpoint projecteert één specifieke Azure-service-instantie als een IP-adres binnen een gekozen subnet.
- Lokale resources kunnen die instantie aanspreken alsof het een lokaal netwerkadres is.
- Dit maakt toegang eenvoudiger te ontwerpen, diagnosticeren en beveiligen met bestaande netwerkmechanismen zoals NSG's en application security groups.
Azure-backbone en peering
- De Azure-backbone verbindt regio's via Microsofts private netwerk en vermindert afhankelijkheid van gateways en openbaar internet.
- VNet-peering, regionaal en globaal, gebruikt deze backbone en kan kosten, latency en complexiteit verlagen terwijl de beveiliging verbetert.
- Service endpoints gebruiken deze backbone om Azure-services te bereiken, ongeacht waar de resource zich bevindt.
Portaaldemonstratie
- De demo maakt eerst een service endpoint voor Azure Storage op de datatier-subnet van een hub-VNet.
- Daarna wordt voor een specifiek storage account een private endpoint aangemaakt voor blob storage in dezelfde datatier-subnet.
- Het private endpoint krijgt een netwerkinterface en een dynamisch IP-adres binnen het subnet.
- Na aanmaak verschijnt het private endpoint als verbonden apparaat met een lokaal IP-adres, zodat resources het via dat netwerksegment kunnen gebruiken.
Samenvatting
- Azure biedt standaardroutes, UDR's, service endpoints en private endpoints om netwerkverkeer en toegang tot services te sturen.
- Service endpoints geven subnetten toegang tot een volledige Azure-service via resource providers.
- Private endpoints geven toegang tot één specifieke service-instantie via een privé-IP-adres in een subnet.
- Private Link Service wordt genoemd als aanvullende optie om meerdere services samen als private link-oplossing aan te bieden.
Actiepunten
- Bekijk andere video's in de cursus om verder te leren.
- Verken meer materiaal op Microsoft Learn.